-
Title
-
Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen
-
fr
Archives du Corps des prisonniers de guerre
-
nl
Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen
-
de
Archiv des Korps der Kriegsgefangenen
-
en
Archive of the Corps of the Prisoners of War
-
Description
-
41 Inventaris van het archief van het Korps van de Krijgsgevangenen [1914] 1918 – 1921 Erik Janssen 2011 Brussel Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis Musée Royal de l’Armée et d’Histoire Militaire INHOUDSOPGAVE WOORD VOORAF ............................................................................................. 7 III. ALGEMENE BESCHRIJVING VAN HET ARCHIEF VAN HET KORPS VAN DE KRIJGSGEVANGENEN ................................................................... 9 I. IDENTIFICATIE ................................................................................................................. 9 II. CONTEXT.......................................................................................................................... 9 A. Archiefvormer .............................................................................................................. 9 1. Naam ....................................................................................................................... 9 2. Geschiedenis ............................................................................................................ 9 3. Bevoegdheden en activiteiten ................................................................................ 18 4. Organisatie ............................................................................................................ 19 B. Archief ....................................................................................................................... 19 1. Geschiedenis van het archief ................................................................................. 19 INHOUD EN STRUCTUUR .......................................................................................... 21 A. Bereik en inhoud ........................................................................................................ 21 B. Ordening ..................................................................................................................... 25 IV. RAADPLEGING EN GEBRUIK ................................................................................... 29 A. Voorwaarden voor de raadpleging ............................................................................. 29 B. Voorwaarden voor reproductie .................................................................................. 29 C. Taal en schrift ............................................................................................................. 29 D. Fysieke kenmerken en technische vereisten .............................................................. 29 V. VERWANT MATERIAAL ............................................................................................. 30 A. Documenten met een verwante inhoud ...................................................................... 30 B. Publicaties .................................................................................................................. 32 VI. BESCHRIJVINGSBEHEER .......................................................................................... 34 VII. BIJLAGEN ..................................................................................................................... 34 INVENTARIS VAN HET KORPS VAN DE KRIJGSGEVANGENEN ..... 35 I. HET COMMANDO VAN HET KORPS VAN DE KRIJGSGEVANGENEN ................ 36 A. Het registreren van de krijgsgevangenen ................................................................... 36 B. Het opvolgen van de overplaatsingen en de getalsterkte ........................................... 37 1. Het vergaren van staten model 1 ........................................................................... 37 2. Het vergaren van overzichten met opgave of de krijgsgevangenen ingeschreven zijn te Auvours of Wulveringem ................................................................................. 41 3. Het vergaren van periodieke overzichten van de getalsterkte .............................. 44 4. Het vergaren van staten van ontsnapte en overleden krijgsgevangenen .............. 48 C. Controle op de werking van de eenheden .................................................................. 49 D. Het repatriëren van de krijgsgevangenen ................................................................... 49 5 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen 1. De voorbereiding van de repatriëring ................................................................... 49 2. Het repatrieren van gewonden, medisch personeel en krijgsgevangenen afkomstig uit gebieden die niet meer tot het Duitse grondgebied behoren ............................... 51 3. De voorbereiding en de uitvoering van de grootschalige repatriëring in september 1919 ............................................................................................................................ 53 II. DE COMPAGNIEEN EN DE DETACHEMENTEN VAN HET KORPS VAN DE KRIJGSGEVANGENEN ......................................................................................................... 54 A. Algemene administratie ............................................................................................. 54 B. Het bijhouden van de getalsterkte .............................................................................. 55 C. Het verdelen van de post voor de Krijgsgevangenen ................................................. 56 D. Het registreren van klachten ...................................................................................... 58 E. Het registreren van zieken en gewonden ................................................................... 60 F. Het beheren van de voorraden ................................................................................... 61 BIJLAGEN ......................................................................................................... 62 6 WOORD VOORAF Deze inventaris is het resultaat van een samenwerking tussen het KLM/MRA en de Vrije Universiteit Brussel. Graag bedank ik iedereen die deze samenwerking heeft mogelijk gemaakt en mee ondersteunde. Met de ontsluiting van het archief van het Korps van de Krijgsgevangenen hopen we een bijdrage te hebben geleverd voor het onderzoek naar de Eerste Wereldoorlog en zodoende de herinnering aan dit wereldconflict levend te houden. 7 ALGEMENE BESCHRIJVING VAN HET ARCHIEF VAN HET KORPS VAN DE KRIJGSGEVANGENEN I. IDENTIFICATIE Referentie: Naam: Datering: Beschrijvingsniveau: Archiefbestand 446 nrs (4 s.m.) Omvang: BE KLM/MRA KKG Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen [1914] 1918 – 1921 II. CONTEXT A. ARCHIEFVORMER 1. NAAM Het Korps van de Krijgsgevangenen. 2. GESCHIEDENIS Wanneer in augustus 1914 het Duitse leger België overrompelt, worden ook de Belgische militaire autoriteiten geconfronteerd met de problematiek van krijgsgevangen genomen Duitse militairen en burgers. Het Dépôt de Mendicité te Hoogstraten is de eerste plaats waar deze gevangenen worden geconcentreerd. Dit kamp zal slechts kort functioneren en onder druk van de Duitse opmars sluist men de krijgsgevangenen door naar Dépôt nr. 2 te Brugge. In de Versterkte Stelling Antwerpen worden twee verzamelplaatsen voor krijgsgevangenen ingericht; een eerste in de Antwerpse gevangenis en een tweede op het schip de S.S. Ganelon. Tijd om ook te Doornik twee depots te vestigen is er niet – de Duitse troepen rukken te snel op en de krijgsgevangenen, uitgezonderd enkele zwaargewonden, worden naar Frankrijk geëvacueerd waar zij onder het toezicht van de Franse militaire autoriteiten zullen vallen. 9 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen Conform de wetten en gebruiken voor een landoorlog, overeengekomen in de Conventies van Den Haag, blijft België wel verantwoordelijk voor zijn krijgsgevangenen1. Die verantwoordelijkheid houdt volgens artikel 14 van de Haagse Conventie ook in dat elke oorlogsvoerende natie verplicht is een inlichtingendienst voor krijgsgevangenen op te richten. België heeft in 1910 de Haagse conventies betreffende de landoorlog bij wet opgenomen. In 1911 wordt een instructie voor de behandeling van krijgsgevangenen en de afhandeling van de daaruit vloeiende administratie gepubliceerd2. Het Belgische Ministerie van Oorlog richt dan al snel na de Duitse inval de Dienst voor de Duitse Krijgsgevangenen op3 die voldoet aan de noden van de vereiste inlichtingendienst. Tot december 1917 beantwoordt deze Dienst allerhande vragen en volgt de registratie van de krijgsgevangenen op. In december 1917 worden de bevoegdheden van de inlichtingendienst overgedragen naar de pas opgerichte Belgische Middendienst voor de Krijgsgevangenen. Deze Dienst valt onder het Ministerie van Justitie en speelt zowel een rol als centrale hulporganisatie voor de Belgische krijgsgevangenen in Duitse kampen als van een inlichtingendienst voor de Duitse krijgsgevangenen die in Belgische handen zijn4. Hierdoor wordt het grootste deel van de administratie en vooral van de inlichtingenverstrekking aan hulporganisaties en particulieren naar de Middendienst overgeheveld en kan het Ministerie van Oorlog zich toeleggen op het beheer en de tewerkstelling van de krijgsgevangenen. Tot eind 1917 blijft het aantal krijgsgevangenen beperkt tot een 3900-tal. Het gros van de Duitse militairen en burgers wordt op diverse locaties in Frankrijk ondergebracht. Onder hen ook een 400-tal die door het Belgische koloniaal leger in Afrika krijgsgevangen zijn gemaakt. 1 Conventies van Den Haag 1899 en 1907, Oorlogswetten, Wetten en Gebruiken voor een Landoorlog, Sectie I, Hoofdstuk II: krijgsgevangenen, art. 7. 2 Réglement sur le droit de guerre et instruction sur le Service des Prisonniers de guerre, Brussel, Guyot Fréres Editeurs, 1911, 82 p.. 3 Ministerie van Oorlog, Departement van Oorlog, 1ste Algemene Directie, 2de bureau, 2de sectie, Dienst voor de Duitse Krijgsgevangenen. Zie ook KLM/MRA, DDKG, nr. 140. 4 De archiefbestanden van deze Dienst zijn geïnventariseerd en bevinden zich in het Algemeen Rijksarchief en in het KLM/MRA. Zie hiervoor: Vanden Bosch Hans, Inventaris van het archief van de Belgische Middendienst voor de Krijgsgevangenen (1914-1925),Brussel, Algemeen Rijksarchief, 2009, 77 p.. Janssen Erik , Inventaris van het archief van de Dienst voor de Duitse Krijgsgevangenen van de Belgische Middendienst voor de Krijgsgevangenen 1914-1921 (1922-1926), Brussel, KLM/MRA, 2011. 283 p. 10 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen Het volgende jaar echter lopen de aantallen op en na de wapenstilstand heeft België ongeveer 19 000 Duitsers, burgers en militairen, krijgsgevangen genomen. Verdeeld in detachementen en compagnieën zullen velen onder hen tewerkgesteld worden. De Belgische regering heeft immers begin 1918 beslist om krijgsgevangenen in te zetten als werkkracht. Artikel 6 van de Haagse Conventie staat het gebruik van krijgsgevangenen als arbeidsreservoir expliciet toe en de praktijk is in 1918 al goed ingeburgerd bij de strijdende partijen. Slavenarbeid en tewerkstelling in de oorlogsindustrie, hoe rekbaar deze begrippen ook zijn, zijn weliswaar verboden en de arbeid moet verloond worden. Officieren mogen niet tewerkgesteld worden. Duitsland had al in 1915 met de inzet van Russische krijgsgevangen de spits afgebeten. Frankrijk en Groot-Brittannië volgden in 1916. Vanaf begin 1918 start de discussie of België ook op Frans grondgebied al dan niet de verantwoordelijkheid voor de administratie en bewaking van zijn gevangenen op zich zal nemen. Deze discussie eindigt met de wapenstilstand. Hoe dan ook circuleren er al sinds halfweg 1917 in het Belgische Leger instructies voor het indelen en afvoeren van krijgsgevangenen naar de eigen achterhoede. Zo besluit de Generale Staf naar Frans voorbeeld de krijgsgevangenen te verzamelen bij het (respectievelijke) Groot Hoofdkwartier en ze daar na ondervraging te verdelen onder verschillende militaire diensten5. Vanaf 1918 verhevigen de gevechtshandelingen op het Belgische front en tijdens de slag bij Merkem (april 1918) kan het Belgische leger een 800-tal krijgsgevangenen nemen. Een maand eerder was er in het kamp van Auvours reeds ruimte vrijgemaakt voor een Dépôt d’Internement des Prisonniers de Guerre (DIPG). Het kamp van Auvours is een Frans militair oefenterrein nabij Le Mans dat België tijdens WO I mocht gebruiken en waar men ondermeer het Centre d’Instruction nr. 4 (CI 4) uitbouwde. In Frankrijk lagen meerdere van dergelijke opleidingscentra. Deze vielen onder de bevoegdheid van de Inspection Générale de l’Armée (IGA) geleid door luitenant-generaal de Selliers de Moranville. 5 Nota van de Generale Staf, Tweede Sectie van 15 juni 1917 en een instructie van de Generale Staf, Derde Sectie (Logistiek) van 26 juni 1917, KLM/MRA, Fonds 185, Russische doos 3535, map 185 - 14A – 723. 11 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen Vanaf mei 1918 is het DIPG Auvours actief en er volgen bevelen om alle post voor de krijgsgevangenen door te sturen naar Auvours en dus niet langer naar de Dienst voor de Duitse Krijgsgevangenen van de Belgische Middendienst6. Ook bestudeert men de oprichting van kampen te Sanvic, vlakbij Le Havre waar het Commandement Supérieur Territorial Au Havre (CSTBH) gevestigd was7. Een maand later stuurt men al gevangenen naar Jumièges om te werken voor de firma Hottat, een houtvestersbedrijf8. In juli 1918 wordt het Korps van de Krijgsgevangenen opgericht, met dan als standplaats het CI 4 te Auvours9. De kwartiermeester van het CI 4 die instond voor de werking van het DIPG Auvours, de voorloper van het Korps, wordt van deze taak ontheven10. Op hoger echelon is er wel continuïteit. De IGA neemt immers ook het Korps in haar takenpakket op. Alle depots, kampen en detachementen die buiten het Park van de Krijgsgevangenen van het Groot Hoofdkwartier en het Dépôt d’Internement Central des Prisonniers de Guerre d’ Auvours vallen, moeten toegewezen worden aan Auvours. Ze moeten zo snel mogelijk contact opnemen met de IGA om instructies te ontvangen11. Vanaf nu gaat het snel. Om de Duitsers die krijgsgevangen genomen zijn tijdens het eindoffensief op te vangen, worden er achtereenvolgens in België te Houtem en te Brieskens (Torhout) opvangkampen - Parcs des Prisonniers de Guerre - ingericht12. Het is nodig een centraal depot in te richten op Belgisch grondgebied. De keuze valt op Wulveringem. 6 KLM/MRA, DDKG, nr. 2573. 7 Voor het dossier hierover dat aangelegd werd door het Kabinet van het Ministerie van Oorlog, zie KLM/MRA, Fonds 185, Russische doos 3647, map 185 - 14A – 1128. 8 Zie ook Fonds Personalia 16, de Selliers de Moranville, nr 33. Zie ook brief van de Selliers de Moranville aan de Minister van Oorlog van 8 juni 1918, KLM/MRA, Fonds 185, Russische doos 3647, map 185 - 14A – 1128. 9 Liste des Quartiers-Maîtres avec indication des unités qu’ils ont administrées depuis le 1 août 1914, Ministerie van Oorlog, s.d., p.28. Deze uitgave is terug te vinden in : KLM/MRA, Ministerie van Oorlog, Kabinet, inventarisnummer 1249. 10 Vragenlijst opgesteld door de Kwartiermeester van de 3de Artillerie (3A) beantwoordt door de commandant van het Korps van de Krijgsgevangenen, 2 juli 1918. KLM/MRA, Fonds 185, Russische doos 4823, map 185 - 14a – 4898. 11 Dagelijks order van het leger, 30/10/1918. 12 Dagelijks order van het leger, 18/10/1918. Zie ook brief van de Derde Sectie van de Generale Staf aan de commandant van de Rijkswacht, 16/10/1918, KLM/MRA, Fonds 185, Russische doos 3535, map 185 - 14A – 723. 12 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen Eind oktober 1918 geeft de Selliers de Moranville het bevel aan de commandant van de Groupement II van de IGA om een 100-tal krijgsgevangenen naar Wulveringem te sturen om de kwartieren in orde te maken13. West-Vlaanderen, waarvan grote delen tot puin zijn herleid, is dan al bevrijd en men wil de krijgsgevangen daar zo snel mogelijk aan het werk zetten14. Op 11 november 1918 wordt de wapenstilstand afgekondigd. Het Belgische leger heeft in de laatste oorlogsmaanden duizenden krijgsgevangenen genomen en ook na de wapenstilstand worden achtergebleven, dikwijls gewonde, tegenstrevers in krijgsgevangenschap afgevoerd. De organisatie van het Korps laat niet lang meer op zich wachten en het dagelijks order15 van 21 november 1918 van de IGA bepaalt dat alle krijgsgevangenen toebehoren aan het Korps van de Krijgsgevangenen, dat zal bestaan uit een depot en twee groupements. Alle krijgsgevangenen moeten eerst naar het depot, tot voor kort te Auvours maar vanaf nu te Wulveringem, gesluisd worden om daar te worden ingeschreven. De eerste groupement bestaat uit een variabel aantal gevangenen die de slagvelden en de vernielde streken zullen ruimen. De tweede groupement is onderverdeeld in detachementen met een getalsterkte die afhangt van de aard van het werk dat men zal uitvoeren. Over de samenstelling en de samensmeltingen van de detachementen beslist de korpscommandant. Het dagelijks order geeft geen verdere aanwijzingen maar het is aannemelijk dat de latere organisatie van het Korps deze bepalingen weerspiegelt. Het Korps verlaat eind november het kamp van Auvours en verplaatst zich onder leiding van kolonel L. Houzé16 naar het kamp van Wulveringem17, het nieuwe centrale depot. Om de toestroom van Duitse krijgsgevangenen op te vangen wordt op 25 november 1918 bevolen om gevangenen ook naar het kamp van het Groot Hoofdkwartier in de kazerne van het 1ste 13 Dagelijks order IGA nr. 1568, 29/10/1918. 14 Brief van de Minister van Oorlog aan de Minister van Buitenlandse Zaken. Zie KLM/MRA, DDKG, nr. 13. 15 Het oorspronkelijke dagelijks order ontbreekt in de serie dagelijkse orders van de IGA zoals deze bewaard worden in het Fonds ex-CDH, KLM/MRA. Een afschrift hiervan kunnen we wel terugvinden in: KLM/MRA, Fonds Personalia 16, de Selliers de Moranville, nr 33. 16 Tot 5 november 1918 was kolonel Houzé de commandant van het kamp van Auvours. Daarna zal hij de commando over het Korps van de Krijgsgevangenen op zich nemen. Zie dagelijks order van het leger nr. 1552 van 5 november 1918. 17 Brief van 17/11/1918 van de commandant van het Korps van de Krijgsgevangenen aan de secretaris-generaal van de Belgische Middendienst voor de Krijgsgevangenen. Zie: KLM/MRA, DDKG, nr. 148. 13 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen Gidsenregiment te Brussel te sturen18. Van hieruit worden ze ofwel verder naar Wulveringem gestuurd ofwel rechtstreeks naar de compagnieën en detachementen. Enkele dagen later herinnert een rondzendbrief op 28 november 1918 alle militaire overheden aan de noodzaak om alle krijgsgevangenen aan te hechten aan de centrale opvangplaats te Auvours. Ondertussen is dit Wulveringem geworden. Daarenboven moeten alle formaties van krijgsgevangenen worden geadministreerd zoals een infanteriecompagnie en administratief ingedeeld worden bij de Kwartiermeester van het Derde Artillerieregiment van de Derde Legerdivisie (Quartier Maître 3A), die voor de nodige fondsen en werkingsmiddelen moet zorgen19. Het doel van het Korps is een reservoir van werkkrachten te vormen waaruit diverse militaire diensten naar believen kunnen putten. Het Korps beslist echter niet zelf over de plaats en de aard van de tewerkstelling. Om het overzicht te bewaren volgt er op 13 januari 191920 een eerste oproep aan alle militaire autoriteiten en organismen om het aantal krijgsgevangenen in hun rangen en hun mutaties door te geven aan de IGA. In de eerste plaats dienen er staten opgemaakt te worden met vermelding of de krijgsgevangenen al in het Korps zijn ingeschreven, hetzij te Auvours, hetzij te Wulveringem. Deze staten en de toekomstige mutatiestaten moeten rechtstreeks naar het depot van het Korps van de Krijgsgevangenen te Wulveringem worden gezonden21. Een maand later wordt de IGA met ingang van 20 februari 1919 opgeheven22. Alle eenheden en organismen - en dus ook het Korps - die onder de IGA vielen, komen nu onder de hoede van het Commandement des Centres de l’Arrière (CCA)23, een nieuw orgaan dat net zoals 18 Dagelijks order van het leger nr. 1571 van 25 november 1918. 19 Journal Militaire Officiel, Brussel, 1918, p. 729. 20 Rondzendbrief van de 1ste Algemene Directie van 13 januari 1919, Journal Militaire Officiel, Brussel, 1919, p. 35-36. 21 Dagelijks order nr. 2620, 13 januari 1919, KLM/MRA, Fonds 185, Russische doos 3536, map 185 - 14A – 726. 22 Rondzendbrief van de 1ste Algemene Directie van 18 februari 1919, Journal Militaire Officiel, 1919, p.113. Zie ook dagelijks order van het leger nr. 2659 van 21 februari 1919. 23 Opgericht in febuari 1919 en vallende onder de kwartiermeester van het 7de artillerieregiment. Liste des Quartiers-Maîtres avec indication des unités qu’ils ont administrées depuis le 1er août 1914, Ministerie van Oorlog, p. 89. 14 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen zijn voorganger van de IGA de bevelen van het Ministerie van Oorlog en later Landsverdediging moet opvolgen. Administratief blijft het Korps echter nog steeds verbonden aan het 3A. In januari 1919 had de IGA kolonel Houzé al op rust gesteld en in zijn plaats was majoor François gekomen24. Voor de recuperatie van oorlogs- en andere door de Duitsers achtergelaten materialen richt het Ministerie van Oorlog in december 1918 een Commission Centrale de la Récuperation op die de werking van provinciale recuperatiediensten moet sturen25. In deze commissie zaten zowel officieren van de Genie en de Artillerie als burgerlijke functionarissen van de departementen van Financiën en Industrie, Werk en Bevoorrading26. Vanaf januari 1919 wordt er onder het toezicht van de militaire gouverneur per provincie een Service Provincial de Récupération ingericht. De Duitse legers hebben enorme voorraden achtergelaten. Bouwmaterialen, voeding, kledij en – zorgwekkender - tonnen munitie en wapens liggen her en der in het land verspreid. Heel wat legeronderdelen en gemeentes hebben bovendien zelf al een aardige oorlogsbuit bijeengesprokkeld. Dit alles verzamelen en eventueel ook verkopen, is de opdracht van de recuperatiediensten die voor deze delicate operatie gretig krijgsgevangenen inzetten. De manutentie van springstoffen en –tuigen door krijgsgevangenen werd overigens al in november 1918 voorgesteld door de Direction Générale de l’Armement et des Services Techniques de l’Armee (DGASTA) en ministerieel goedgekeurd27. In een nota van 4 januari 1919 aan het Ministerie van Oorlog dringt de Commissie er op aan de aanvoer van krijgsgevangenen naar de munitieparken op te drijven28. Einde maart 1919 wendt men dan ook de boeg wat betreft de inzet van de krijgsgevangenen. Voerden zij tot voor kort werk uit voor hoofdzakelijk de militaire diensten van de 24 KLM/MRA, Fonds Personalia 16, de Selliers de Moranville, nr 33. Het betreft hier dagorder 1637 van 10 januari 1919 van de IGA. 25 Ministeriële rondzendbrief van 5 december 1918, Journal Militaire Officiel, Brussel, 1918, p. 731. 26 Dagelijks order van het leger 2680, 14 maart 1919. Voor een overzicht van de militairen in de samenstelling van de commissie, zie Dagelijks order van het leger nr. 2628, 21 januari 1919. Voor een overzicht van de betaalofficieren, zie dagelijks order van het leger nr. 2603, 27 december 1918. 27 Brief van de Minister van Oorlog van 12 november 1918 aan de commandant van het Grand Parc du Cavalerie, KLM/MRA, Fonds 185, Russische doos 3179, map 185 - 14 – 7041. 28 KLM/MRA, Fonds 185, Russische doos 3179, map 185 - 14 – 7041. 15 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen achterhoede, nu worden ze ook ingezet voor recuperatiewerken en ligt de prioriteit bij het herstel van het land29. De 1ste Algemene Directie van het Ministerie van Oorlog verspreidt een nieuwe oproep tot overzichten van krijgsgevangenen30. Ditmaal wordt het schrijven vergezeld van een standaarddocument als voorbeeld van de door te sturen staten. De IGA is ondertussen opgeheven; alle informatie dient vanaf nu aan het CCA te worden geadresseerd. In de praktijk komen de overzichten bij het commando van het Korps terecht. De reorganisatie heeft het werk van het Korps er niet op vergemakkelijkt. Nu de inzet van krijgsgevangenen in de militaire diensten van de achterhoede afgebouwd wordt, dienen de eenheden van het Korps opnieuw ingedeeld en gehergroepeerd te worden. Naast een trage rapportering en doorgave van periodieke staten, is nu ook de bewaking en inspectie van de krijgsgevangenen een heikel punt aan het worden31. Er zijn niet voldoende al dan niet capabele beroepsmilitairen, zowel soldaten als officieren, om alle taken naar behoren uit te voeren. Ondertussen kiezen heel wat krijgsgevangenen het hazenpad. Daarenboven moet ook nog een snelle repatriëring voorbereid worden. De eerste krijgsgevangenen worden vanaf maart 1919 gerepatrieerd, dit in het kader van de akkoorden van Bern. Het zijn voornamelijk zwaargewonden, ernstig zieken en medisch personeel32. Na de ondertekening en in navolging van het Verdrag van Versailles (28 juni 1919) vertrekken tussen 25 september en 4 oktober 1919 een tiental treinen met krijgsgevangenen naar Duitsland. Het Korps wordt nu grotendeels ontmanteld33. Het personeel herneemt haar oude functie, wordt overgeplaatst of keert terug naar het burgerleven. De 1ste Compagnie wordt nog tot eind oktober 1919 actief gehouden en bewaakte 29 Rondzendbrief van het Ministerie van Oorlog van 29 maart 1919, KLM/MRA, Fonds 185, Russiche doos 3647, map 185 - 14A – 1128. 30 Rondzendbrief van de 1ste Algemene Directie van 25 maart 1919, Journal Militaire Officiel, Brussel, 1919, p. 245. 31 Zie briefwisseling tussen de CCA en de Minister van Oorlog, april 1919, KLM/MRA, Fonds 185, Russische doos 3647, 185 - 14A – 1128. 32 Zie het dossier hierover van het Kabinet van het Ministerie van Oorlog, KLM/MRA, Fonds 185, Russische doos 4536, map 185 - 14a – 3935. 33 De instructies hiervoor zijn reeds in augustus 1919 doorgegeven. Zie dagelijks order van de CCA, 15/08/1919, KLM/MRA, Fonds 185, Russische doos 3647, map 185 - 14A - 1128 16 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen krijgsgevangenen die de goedkeuring van hun aanvraag om zich in België of een geallieerd land te mogen vestigen, afwachten of die onder de artikels 218 en 21934 van het verdrag van Versailles vallen. Ook de twintig gijzelaars die België vasthoudt in afwachting tot alle Belgische krijgsgevangenen uit Duitsland teruggekeerd zijn, vallen onder de bevoegdheid van deze compagnie35. De 6de Compagnie bewaakt achtereenvolgens te Houtem en te Wortel de Russische krijgsgevangenen die in juli 1920 naar hun land zullen worden overgebracht. Deze Russen waren door de Duitse legers krijgsgevangenen genomen en na de wapenstilstand door hen vrijgelaten36. In december 1919 is de werking van het Korps echter al nagenoeg volledig stopgezet. Een klein detachement te Oostende wordt behouden om de liquidatie van het Korps in goede banen te leiden. Dit is geen gemakkelijke opgave aangezien er al in december 1919 ernstige onregelmatigheden in het bijhouden van de financiën van de krijgsgevangenen worden vastgesteld. Ook constateert men dat de administratie van de verschillende compagnieën en detachementen erg wanordelijk is verlopen37. Wanneer begin 1921 de werkzaamheden van het Korps van de Krijgsgevangenen definitief worden afgesloten, wordt het archief van de liquidatie van de Dienst Mandaten - zoals het verdelen van de post door het Korps omschreven werd - door het detachement voor de Liquidatie van het Korps van de Krijgsgevangenen naar de Dienst voor de Duitse Krijgsgevangenen van de Middendienst overgedragen. De resterende archiefbestanddelen worden overgedragen aan de kwartiermeester van het Derde Artillerieregiment (3 A). 34 Beide artikels leggen de bepalingen vast voor het al dan niet terugsturen van gemeenrechterlijk veroordeelde krijgsgevangenen. 35 KLM/MRA., DDKG, nrs 133-136. 36 Delannoo E., Russen in België (1918-1920), in : Schrapnel, Driemaandelijks tijdschrift van The Western Front Association België, 2009, nr. 3, pp.63-69. 37 Nota van het kabinet van het Ministerie van Oorlog aan de 1ste Algemene Directie van het Ministerie van Oorlog, 6 december 1919, KLM/MRA, Fonds 185, Russische doos 3647, map 185 - 14A – 1128. 17 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen 3. BEVOEGDHEDEN EN ACTIVITEITEN Het Korps is bevoegd voor het beheer van de krijgsgevangenen zodat deze vlot als werkkracht inzetbaar zijn en er inlichtingen verstrekt kunnen worden aan de Dienst voor de Duitse Krijgsgevangenen van de Belgische Middendienst van de Krijgsgevangenen. In de eerste plaats moeten de krijgsgevangenen geregistreerd (geïmmatriculeerd) worden. Dit gebeurt bij voorkeur daar waar de korpsleiding haar standplaats heeft. De registratie en vooral de controle over waar en voor wie de krijgsgevangenen werken, is dan ook een taak van de korpsleiding. Deze ontvangt hiervoor periodieke overzichten en rapporten van de compagnieën en detachementen. De korpsleiding neemt ook deel aan de voorbereiding van de repatriëring van de krijgsgevangenen waarvoor de compagnieën en detachementen de nodige inlichtingen verstrekken. Het dagelijkse beheer van de krijgsgevangenen wordt toevertrouwd aan de compagnieën en de detachementen. Zij leggen registers aan voor het beheer van de getalsterkte, de ziekenboeg, de klachten en de voorraden. Daarnaast houden zij ook de Carnets de pécule van de krijgsgevangenen bij. Dit zijn zakboeken met optekening van biometrische gegevens, overplaatsingen, bezittingen, verloning en ontvangen steun via de post. De boekjes worden in 1919 en 1921 overgedragen naar de Dienst voor de Duitse Krijgsgevangenen. In deze zakboeken worden ook de zendingen naar de krijgsgevangenen genoteerd. De aftekening bij ontvangst door de krijgsgevangenen van deze zendingen worden door de eenheden apart geregistreerd. De krijgsgevangenen moeten ook gehuisvest worden en de nodige voeding en medische zorgen krijgen. Het Korps deed dit niet zelf. Het werd in grote mate uitgevoerd door de verantwoordelijke officieren van de diensten die krijgsgevangenen tewerkstelden; door de Medische Dienst van het leger en door de IGA, later de CCA. De fondsen werden ter beschikking gesteld door de respectievelijke kwartiermeesters die de rekening doorstuurden naar de kwartiermeester van de 3A. 18 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen 4. ORGANISATIE Het Korps wordt geleid door een commandant en zijn staf. Hij ontvangt tot eind februari 1919 bevelen van de IGA. Daarna ressorteert het Korps onder de CCA. De compagnieën en detachementen vallen onder de korpsleiding. De compagnieën worden geadministreerd zoals een infanteriecompagnie. Aan het hoofd staat een commandant die bijgestaan wordt door een administratieve staf. De detachementen vallen op hun beurt veelal onder de compagnieën waaruit zij gedetacheerd zijn. Het effectief van de detachementen is variabel en wordt soms geput uit meerdere compagnieën. Een detachement is immers ofwel een tijdelijke eenheid die gevormd is uit delen van één of meerdere andere eenheden, ofwel een eenheid die gevormd is uit een grotere formatie voor een opdracht die buiten het werkveld van die formatie ligt. B. ARCHIEF 1. GESCHIEDENIS VAN HET ARCHIEF Het Korps van de Krijgsgevangenen bracht op vrij korte termijn een aanzienlijke hoeveelheid archief voort. Niet alles van deze productie bleef tot het bestand behoren en naarmate het Korps bepaalde bevoegdheden moest overhevelen naar de Dienst voor de Duitse Krijgsgevangenen van de Belgische Middendienst voor de Krijgsgevangenen, verhuisden ook de relevante bestanddelen mee. Eén van de hoofdtaken van het Korps was het bijhouden van de Carnets de pécule. Een eerste uitdunning van deze omvangrijke serie gebeurt in juli 1919 wanneer het Korps de zakboeken van overleden of ontsnapte krijgsgevangenen naar de Middendienst overbrengt38. In januari 1921 worden bij de stopzetting van de liquidatie van het Korps van de Krijgsgevangenen niet alleen de zakboeken maar ook de bestanddelen van de Dienst Mandaten van het Korps overgedragen naar de Middendienst. 38 KLM/MRA, DDKG, nr. 2920. 19 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen Het beheer van de rest van het archief wordt overgelaten aan de kwartiermeester van de 3A die het bestand in april 1922 opstuurt naar het Ministerie van Landsverdediging (1ste Algemene Directie, tweede directie, 4de bureau)39. Dit bureau onderneemt een poging om het archief van het Korps te ordenen40. Vermoedelijk zijn dan de identiteitskaarten van de krijgsgevangenen die in 1922 nog op de overdrachtslijst van het archief van het Korps worden vermeld, uit het bestand van het Korps gelicht en ondergebracht in het bestand van de Dienst voor de Krijgsgevangenen. Deze kaarten werden grotendeels tussen de zakboeken van de krijgsgevangenen gestoken. In januari 1924 duikt het bestand op bij de Service de l’Administration des Corps de Troupe de l’Armee (SACTA), een Dienst belast met de opdracht de liquidatie van de Dienst voor de Duitse Krijgsgevangenen van de Belgische Middendienst voor de Krijgsgevangenen tot een goed einde te brengen. Enkele jaren later – in 1926 - wordt deze taak doorgeschoven naar de Service de l’Intendance, de l’Administration et de Approvisionnements (SIAA) die op nagenoeg een halfjaartje tijd het hoofdstuk van de krijgsgevangenen zal afsluiten. In mei 1940 wordt het bestand samen met tonnen andere Belgische archieven door de Duitsers in beslag genomen. Deze bestanden worden in 1945 nogmaals aangeslagen, ditmaal door Rusland. Het is slechts op het einde van de Sovjet-periode dat de verloren gewaande archieven terug boven water komen. Een geslaagde resitutieprocedure brengt deze in 2002 terug naar België41. 39 De overdrachtslijst hiervan is terug te vinden onder het inventarisnummer 2924, DDKG, KLM/MRA. 40 KLM/MRA, DDKG, nr. 2924. 41 Lust J., Steenhaut W., Vermote M., Een zoektocht naar archieven. Van NISG naar AMSAB, Gent, Druk in de weer, 1997, 177 p.; Lust J. en Vermote M., “Papieren bitte! The confiscation and restitution of Belgian archives and Libraries (1940-2003)”. In Returned from Russia. Nazi Archival plunder in Western Europe and recent restitution issues, Leicester, Institute of art and law and contributors, 2007, pp. 191-225; “De terugkeer van de ‘Russische’ archieven”, in: Vizier, driemaandelijks infoblad van het Koninklijk Legermuseum, Brussel, 2002, p. 1-2. 20 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen III. INHOUD EN STRUCTUUR A. BEREIK EN INHOUD Het bestand heeft betrekking op de Duitse krijgsgevangenen in het Belgische leger tussen 1914 en 1920. De meeste bestanddelen stammen uit 1918-1919. Het door het Korps gevormde archief dat tot het bestand is blijven behoren, bestaat vooral uit staten en registers. Elementen zoals namen, stamboeknummers, graden, eenheden en mutaties zijn steeds standaard opgenomen. Elke serie, zoals de registratie van de ziekenboegen, biedt daarenboven een schat aan informatie eigen aan de functie van de respectievelijke serie. Een korte voorstelling van enkele series is op zijn plaats. Inlichtingenfiche model 542 Nagenoeg de grootste serie van het archiefbestand wordt gevormd door een 19000-tal inlichtingenfiches model 5. De fiche model 5 is een standaardformulier waarop, veelal bij aankomst in een depot, alle gegevens van de krijgsgevangenen werden opgetekend. Niet alleen vinden we biografische maar ook genealogische en biometrische gegevens terug. Ook ruimte voor gegevens zoals de plaats van gevangenname, verblijfplaats, hospitalisatie, overlijden en begraafplaats, ontbreekt niet. Zelfs indien een gevangene ontsnapte kon er op de fiche nota van worden gemaakt. Op heel wat fiches vinden we ook pasfoto’s terug. Deze fiches zijn in meervoud opgemaakt. Een eerste exemplaar werd opgemaakt door het Korps van de Krijgsgevangenen. Deze fiches werden alfabetisch geklasseerd en zijn bewaard in het archiefbestand van het Korps van de Krijgsgevangenen43. Een dubbel van elke fiche werd doorgestuurd naar de Belgische Middendienst voor de Krijgsgevangenen, die de fiche op haar beurt bij ontvangst nummerde en ook op deze wijze klasseerde. 42 Zie inventarisnummers 1- 20. 21 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen Staten Model 144 De staten Model 1 zijn opgesteld door de Rijkswacht die de krijgsgevangenen afvoerde naar de achterhoede. Hiermee volgt men paragraaf 10 van de instructie voor de krijgsgevangenen. Ook de vormgeving van de staat is volgens de instructie. In verschillende kolommen worden de naam, graad, eenheid, plaats en datum van gevangenneming opgegeven. De staten aanwezig in het bestand van het Korps van de Krijgsgevangenen geven hoofdzakelijk een beeld van de militairen die tijdens het eindoffensief werden krijgsgevangen genomen. De staten werden doorgestuurd naar het Korps om de registratie van de krijgsgevangenen in orde te maken. Overzichten met opgave of de krijgsgevangenen ingeschreven zijn te Auvours of Wulveringem45. Een eerste oproep aan alle militaire autoriteiten en organismen om overzichten van het aantal krijgsgevangenen in hun rangen en hun mutaties door te geven aan de IGA dateert van 13 januari 191946. In de eerste plaats moeten er staten opgemaakt worden met vermelding of de krijgsgevangenen al in het korps zijn ingeschreven, hetzij te Auvours, hetzij te Wulveringem. Het dagelijks order van die dag meldt ook duidelijk dat deze staten rechtstreeks naar het depot van het Korps van de Krijgsgevangenen te Wulveringem moeten worden gezonden47. Hetzelfde geldt voor alle mutatiestaten. Einde maart 1919 lanceert de 1ste Algemene Directie van het Ministerie van Oorlog een nieuwe oproep48. Ditmaal wordt het schrijven vergezeld van een standaarddocument als voorbeeld voor de door te sturen staten. De IGA is ondertussen opgeheven; alle informatie dient vanaf nu aan de CCA te worden geadresseerd. In de praktijk worden ze naar het Korps gestuurd. De staten vermelden de naam, het stamboeknummer, de graad en de plaats van inschrijving. 44 Zie inventarisnummer 22 - 73. 45 Zie inventarisnummers 74-128. 46 Rondzendbrief van de 1ste Algemene Directie van 13 januari 1919, Journal Militaire Officiel, Brussel, 1919, p. 35-36. 47 Dagelijks order nr. 2620, 13 januari 1919, KLM/MRA, Fonds 185, Russische doos 3536, map 185 - 14A – 726. 48 Rondzendbrief van de 1ste Algemene Directie van 25 maart 1919, Journal Militaire Officiel, Brussel, 1919, p. 245. 22 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen Periodieke overzichten van de getalsterkte49. Het dagelijks order van het leger van 13 januari 1919 verplicht de compagnieën en detachementen periodieke overzichten van hun effectieven op te maken en door te sturen naar het Korps te Wulveringem. Einde maart 1919 volgt een herinnering50. Ditmaal wordt het schrijven vergezeld van een standaarddocument als voorbeeld van de door te sturen staten. De staten vermelden de naam, het stamboeknummer, de graad en de mutaties. Ook medische inrichtingen stuurden deze overzichten door. Hierbij kan het zowel om gewonde als om verplegende krijgsgevangenen gaan. Staten met ontsnapte en overleden gevangenen51. Deze staten staan vermeld op de overdrachtlijst. Een direct bevel voor deze staten kon echter niet worden teruggevonden. Het zijn veelal standaardstaten met opgave van de naam, het immatriculatienummer, de datum van ontsnapping en de graad. Soms verschijnen zij ook in de vorm van een korte melding in briefvorm met opgave van de ontsnapten of afwezigen op het appel. Staten met opgave van de sociale situatie, enz. van de krijgsgevangenen52. Op 1 mei 1919 krijgt de commandant van het Korps van de Krijgsgevangenen het bevel om alle documentatie te verzamelen om een snelle repatriëring van bepaalde categorieën gevangenen mogelijk te maken53. Meer bepaald denkt men hier aan mijnwerkers. Deze zouden snel ingezet kunnen worden om voor de overwinnaars ertsen te delven: een idee dat blijkbaar ook de Duitse onderhandelaars bij de wapenstilstandcommissie niet slecht in de oren klonk54. De staten vermelden het immatriculatienummer, de naam, de leeftijd, het aantal kinderen, de sociale situatie en het beroep van de krijgsgevangenen. 49 Zie inventarisnummers 129-215. 50 Rondzendbrief van de 1ste Algemene Directie van 25 maart 1919, Journal Militaire Officiel, Brussel, 1919, p. 245. 51 Zie inventarisnummers 216-237. 52 Zie inventarisnummers 243-260. 53 Brief van het Ministerie van Oorlog aan de commandant van het Korps van de Krijgsgevangenen van 1 mei 1919, KLM/MRA, Fonds 185, Russische doos 3647, 185 - 14A – 1128. 54 Verklaring van Kol. Von Muller voor de Wapenstilstandcommissie, KLM/MRA, Fonds 185, Russische doos 3647, 185 - 14A – 1128. 23 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen Staten met opgave van het thuisadres van de krijgsgevangenen55. Een rechtstreeks order voor deze staten werd niet teruggevonden. Afgaande op enkele vermeldingen en stempels op de stukken, is het aannemelijk dat deze staten zijn opgesteld in functie van het terugsturen van de post voor de krijgsgevangenen na hun repatriëring. De bestanddelen die voortvloeien uit het verdelen van de post voor de krijgsgevangenen56. De registers en staten geven een beeld van de steun die de krijgsgevangenen van het thuisfront kregen. Er is ook ruimte voorzien voor eventuele klachten. De bestanddelen die voortvloeien uit het registreren van de klachten57. Op regelmatige basis kregen de krijgsgevangenen de kans om hun klachten gaande van het beheer van hun financiële middelen tot mishandelingen kenbaar te maken. Deze werden opgetekend in registers. De graad van detail varieert. De bestanddelen die voortvloeien uit het registreren van zieken en gewonden58. Deze registers geven een dagdagelijks beeld van de ziekenboeg met opgave van persoonsgegevens, de aard van de aandoening en de behandeling. 55 Zie inventarisnummers 261-282. 56 Zie inventarisnummers 328-355. 57 Zie inventarisnummers 356-378. 58 Zie inventarisnummers 379-405. 24 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen B. ORDENING Het bestand maakte deel uit van het Fonds 185 waarin de Belgische militaire archieven die in 2002 hun weg terug naar België vonden, zijn opgenomen. Dit fonds, dat bekend staat als het Moskou-archief, omvat meerdere archiefvormers en is ontsloten door een plaatsingslijst. Het bestand werd voor de eerste maal geïdentificeerd als voortgebracht door een zelfstandige archiefvormer tijdens het inventariseren van het bestand van de Dienst voor de Duitse Krijgsgevangenen van de Belgische Middendienst voor de Krijgsgevangenen. Via een zoektocht op trefwoord in de plaatsingslijst en later ook via een studie van elke beschrijving per doos, werden een driehonderdtal Russische dozen afgezonderd. Al snel werd duidelijk dat de selectie meer dan één archiefvormer had opgeleverd met als hoofdmoot de Dienst voor de Duitse Krijgsgevangenen van de Belgische Middendienst. Tweede vormer in rij maakte zich bekend als het Korps van de Krijgsgevangenen. Tot slot en, wat het Korps aangaat, met hoogst interessant bronmateriaal, werden enkele dossiers met betrekking tot de historische context van het Korps, gevormd door het Ministerie van Oorlog, de Generale Staf van het Groot Hoofdkwartier en de kwartiermeester van het 3de Artillerieregiment (3A), teruggevonden. De identificatie van de archiefvormers was relatief eenvoudig. De respectievelijke bestanddelen van het Korps en de Dienst maar ook van de andere bovengenoemde vormers volgens het bestemmingsbeginsel een plaats geven, was door de verschillende overdrachten van bevoegdheden en archiefbestanddelen minder vanzelfsprekend. Gelukkig zijn de overdrachtslijsten bewaard gebleven. Hoewel deze lijsten slechts in erg algemene termen de toenmalige ordening weerspiegelen en de bestanddelen beschrijven, was het toch mogelijk om de lijsten als leidraad te gebruiken voor de afbakening van de verschillende bestanden en de ordening. Voor de ordening was de lijst die in 1922 de overdracht van het bestand van de kwartiermeester van het 3A naar het Ministerie van Landsverdediging begeleidde, slechts ten dele geschikt. Het bestand bestaat vooral uit staten en registers. Het gros hiervan werd in de overdrachtslijst onder twee noemers geplaatst. 25 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen Ten eerste kunnen we de staten opgesteld door verschillende eenheden en detachementen en van uiteenlopende datum (dixit) onderscheiden. Deze dienden zich aan als een mengelmoes van bestanddelen die vormelijk en inhoudelijk veel diverser zijn dan de overdrachtslijst opgeeft. Onderzoek in de archieven van hoger in de militaire organisatiestructuur gelegen archiefvormers maakte het mogelijk om nagenoeg al deze staten functioneel te identificeren. Het zijn dikwijls lijsten of staten die door de verschillende eenheden in navolging van enkele dagorders en algemene instructies naar het commando van het Korps zijn doorgestuurd. De korpsleiding behield zo de controle over de registratie van de krijgsgevangenen, de getalsterkte en de plaats van tewerkstelling. Ook de repatriëring kon op deze wijze voorbereid worden. Ten tweede zijn er de diverse documenten betreffende de krijgsgevangenen en nodig voor opzoekingen (dixit). Deze bestanddelen zijn gevormd door de compagnieën en detachementen voor hun eigen administratie van de getalsterkte, de postverdeling, de klachtenregistratie en het voorraadbeheer. Er was geen functionele ordening. Soms waren de bestanddelen gegroepeerd per eenheid. Er is in dit opzicht gekozen om deze rudimentaire oude ordening te weerspiegelen in een archiefschema met afdelingen waarin, via een diepere beschrijving van het bestand, het onderscheid tussen de werking van de korpsleiding enerzijds en deze van de compagnieën en detachementen anderzijds, duidelijker naar voren komt. Voor de ordening binnen de rubrieken moesten eerst de compagnieën en detachementen geïdentificeerd worden. Het bestand van het Korps zelf bood weinig aanknopingspunten en er werd beroep gedaan op bestanddelen gevormd door andere archiefvormers. Meer bepaald in de dossiers van de Derde Sectie van de Generale Staf van het Groot Hoofdkwartier zijn immers periodieke overzichten terug te vinden met opgave van de eenheden en hun standplaats. Deze overzichten zijn echter momentopnames. 26 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen De Liste des Quartiers-Maîtres avec indication des unités qu’ils ont administrées depuis le 1er août 191459 gaf ons meer houvast. Deze officiële publicatie, die in 1920 is verdeeld als naslagwerk om frontstrepen toe te kennen, geeft per kwartiermeester een opsomming van nagenoeg alle eenheden die aan hem verbonden waren. Een handig instrument, maar met beperkingen: niet alle detachementen zijn hierin opgenomen. Dit stellen we voornamelijk vast in de periodieke staten die de detachementen opmaakten. We hebben ervoor gekozen om toch de volgorde van de eenheden in de lijst te gebruiken voor de ordening van de eenheden binnen de rubrieken. Op deze wijze konden bestanddelen binnen een bepaalde serie die door eenzelfde eenheid gevormd zijn, gegroepeerd worden. De detachementen die niet in de lijst zijn opgenomen, werden in alfabetische volgorde na de gekende detachementen geordend. 59 Een uittreksel uit deze lijst met vermelding van de eenheden van het Korps is als bijlage in deze inventaris opgenomen. 27 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen ARCHIEFSCHEMA I. Het Commando van het Korps van de Krijgsgevangenen. A. B. C. D. Het registreren van de krijgsgevangenen. Het opvolgen van de overplaatsingen en de getalsterkte. 1. 2. 3. 4. Het vergaren van staten model 1. Het vergaren van overzichten met opgave of de krijgsgevangenen ingeschreven zijn te Auvours of Wulveringem. Het vergaren van periodieke overzichten van de getalsterkte. Het vergaren van staten van ontsnapte en overleden krijgsgevangen. Controle op de werken van de compagnieën en detachementen. Het repatriëren van de krijgsgevangenen. 1. 2. De voorbereiding van de repatriëring. Het repatriëren van gewonden, medisch personeel en krijgsgevangenen afkomstig uit gebieden die niet meer tot het Duitse grondgebied behoren. 3. De voorbereiding en de uitvoering van de grootschalige repatriëring in september 1919. II. De compagnieën en detachementen van het Korps van de Krijgsgevangenen. A. B. C. D. E. Het bijhouden van de getalsterkte. Het verdelen van de post. Het registreren van de klachten. Het registreren van zieken en gewonden in de ziekboeg. Het beheren van de voorraden. 28 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen IV. RAADPLEGING EN GEBRUIK A. VOORWAARDEN VOOR DE RAADPLEGING Het bestand is vrij raadpleegbaar. B. VOORWAARDEN VOOR REPRODUCTIE De voorwaarden worden bepaald door het leeszaalreglement van het documentatiecentrum van het KLM/MRA. C. TAAL EN SCHRIFT De taal van de stukken is Frans. Sommige bestanddelen zijn door krijgsgevangenen opgesteld en aangevuld in de toenmalig gebruikelijke Duitse schriften. D. FYSIEKE KENMERKEN EN TECHNISCHE VEREISTEN Papieren drager. 29 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen V. VERWANT MATERIAAL A. DOCUMENTEN MET EEN VERWANTE INHOUD Voor de studie naar de Duitse krijgsgevangenen in Belgische handen tijdens en vlak na Wereldoorlog I zijn in het documentatiecentrum van het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis meerdere archiefbestanden voorhanden. In de eerste plaats, en niet in het minst, is er het archiefbestand van de Dienst voor de Duitse Krijgsgevangenen van de Belgische Middendienst voor de Krijgsgevangenen. De informatieverstrekking van de Dienst voor de Duitse Krijgsgevangenen steunde in hoge mate op de gegevens die door het Korps verzameld werden. Daarbij komt nog dat omvangrijke series en administratie na de opheffing van het Korps naar de Dienst werden overgedragen. Het verdient dan ook de aanbeveling om het bestand van de Dienst te raadplegen. Verduidelijking kan in de inleiding van de inventaris van de Dienst gevonden worden. Verder is in de bestanden van het Kabinet van het Ministerie van Oorlog heel wat informatie terug te vinden. In het bijzonder doos 3647, map 185 - 14A - 1128 van het Fonds 185 bevat periodieke lijsten met een opgave van de compagnieën en detachementen met vermelding van de diensten waarin zij zijn ondergebracht, het aantal krijgsgevangenen, het aantal bewakers en de aard van het werk. Ook aanwezig zijn dossiers in verband met de oprichting van de eerste kampen, briefwisseling in verband met de beslissingsniveaus, klachtendossiers en inspectierapporten. Ook de Derde Sectie van de Generale Staf legde enkele interessante dossiers aan. Meer bepaald in Russische doos 3535, map 185 - 14A - 723 van het Fonds 185 zitten dossiers inzake het opstellen van lijsten model 1, de repatriëring van gewonden en medisch personeel, de bewaking, het statuut van Poolse, Russische en Oostenrijkse krijgsgevangenen, de inrichting van tijdelijke opvangkampen en instructies voor het afvoeren van de krijgsgevangenen. Lijsten van krijgsgevangenen die vanaf 1916 onder Frans beheer zijn geplaatst, overzichten van de aantallen krijgsgevangenen die vanaf 1918 naar de eigen achterhoede zijn 30 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen overgebracht, de bewaking van de detachementen en compagnieën in 1919 kunnen teruggevonden worden in doos 3536, map 185 - 14A – 726 van het Fonds 185. De kwartiermeester van het 3A legde ook een dossier aan over de Duitse krijgsgevangenen. Dit kan teruggevonden worden in doos 4823, map 185 - 14a - 4898 van het Fonds 185. Het bevat enkele instructies opgesteld door het Korps en de IGA. In het Fonds 185 zitten ook nog de bestanddelen van verschillende militaire archiefvormers met betrekking tot de organisatie van de recuperatie van materialen na de oorlog60. Hoewel er geen dossier specifiek over Duitse krijgsgevangenen handelt, bevatten deze bronnen hierover toch veel gegevens. 60 Zie ondermeer de Russische dozen 2412, 3179, 3670, 3749, 4407 en 4537. 31 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen B. PUBLICATIES Eigentijdse publicaties: - Liste des Quartiers-Maîtres avec indication des unités qu’ils ont administrées depuis le 1er août 1914, Ministerie van Oorlog, [Brussel], s.d. - Ordres Journalier de l’Armée, 26 december 1914 – 30 september 1919. - Réglement sur la droit de la guerre et instruction sur le Service des Prisonniers de Guerre, Brussel, Guyot Fréres Editeurs, 1911. Gedrukte bronnen: - Journal Militaire Officiel, Brussel, Guyot Frères Editeurs, 1918, 885 p. - Journal Militaire Officiel, Brussel, Guyot Frères Editeurs, 1919, 537 p. - Journal Militaire Officiel Brussel, Guyto Fréres Editeurs, 1919, 1570 p. - Années 1914. Armée Belge. Annuaire Officiel. Brussel, Imprimerie du Ministère de la Défense Nationale, 1914. - Années 1924-1925. Armée Belge. Annuaire Officiel. Brussel, Imprimerie du Ministère de la Défense Nationale, 1925. - Années 1926-1927. Armée Belge. Annuaire Officiel. Brussel, Imprimerie du Ministère de la Défense Nationale, 1926. - Œuvre d’assistance aux prisonniers belges en Allemagne. Comité central : Le Havre. Rapport présenté à l’assemblée générale du 9 décembre 1916, Parijs, 1917. 32 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen - Œuvre d’assistance aux prisonniers belges en Allemagne. Comité central : Le Havre. Rapport présenté à l’assemblée générale du 26 février 1917, Parijs, 1917. - Office central belge pour les prisonniers de guerre. Troisième rapport annuel, présenté à l’assemblée générale du 10 janvier 1918, Brussel, 1918. - Office central belge pour les prisonniers de guerre. Quatrième et dernier rapport septembre 1917- mars 1924, Brussel, 1924. Studies: - Delannoo E., Russen in België (1918-1920), in : Schrapnel, Driemaandelijks tijdschrift van The Western Front Association België, 2009, nr. 3, pp. 63-69. - Delpal B., Entre culpabilité et réparation: la douloureuse situation des prisonniers de guerre Allemands maintenus en France au temps du traité de Versailles, in: 14-18 aujourd’hui, today, heute : Revue Anuelle d’Histoire, 2001, 4, pp.124-137. - Immigrants and Minorities, Oxon, Taylor & Francis, 2008, vol 28, nr. 1-2 [themanummer over krijgsgevangenen]. - Oltmer J. (red.), Kriegsgefangene im Europa des Ersten Weltkriegs, Paderborn, Ferdinand Schöningh, 2006. - Lt.-Gen. de Selliers de Moranville, Histoire de l’Inspection Générale de l’Armée et des centres d’instruction Belges pendant la Guerre Mondiale 1914-1918, onuitgegeven studie, [1933-1938], KLM/MRA, Fonds Personalia nr. 16, nrs. 33-48. - Vandeweyer L., Hulptroepen van de Genie van het Belgische leger, in: Ten Oorlog met schop en houweel, Ieper, The Western Front Association België vzw, 2009. 33 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen VI. BESCHRIJVINGSBEHEER Het bestand werd in het eerste semester van 2011 geïnventariseerd in het kader van een samenwerkingsproject tussen de Vrije Universiteit Brussel en het KLM/MRA. De projectgroep bestaande uit Prof. dr. Frank Scheelings (VUB), Anne Godfroid (Diensthoofd Dep.III KLM/MRA) en dr. Patrick Nefors (Archivaris Dep III KLM/MRA) waakte over de wetenschappelijke kwaliteit van de productie61. Voor de materiële werkzaamheden konden we rekenen op mevr. Elena Antonova (KLM/MRA). Het bestand is beschreven volgens de ISAD(G) norm. Voor de lay-out van de inventaris werd ervoor gekozen het ISAD(G)- sjabloon voor de opmaak van inventarissen te gebruiken dat ontwikkeld werd door het Rijksarchief. VII. BIJLAGEN A. Uittreksel uit de lijst van de kwartiermeesters met opgave van de compagnieën en detachementen van het Korps van de Krijgsgevangenen. 61 Tevens willen we archivaris dr. L. Vandeweyer hartelijk danken voor het nalezen en zijn nuttige opmerkingen bij deze tekst. 34 INVENTARIS VAN HET KORPS
-
nl
41 Inventaris van het archief van het Korps van de Krijgsgevangenen [1914] 1918 – 1921 Erik Janssen 2011 Brussel Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis Musée Royal de l’Armée et d’Histoire Militaire INHOUDSOPGAVE WOORD VOORAF ............................................................................................. 7 III. ALGEMENE BESCHRIJVING VAN HET ARCHIEF VAN HET KORPS VAN DE KRIJGSGEVANGENEN ................................................................... 9 I. IDENTIFICATIE ................................................................................................................. 9 II. CONTEXT.......................................................................................................................... 9 A. Archiefvormer .............................................................................................................. 9 1. Naam ....................................................................................................................... 9 2. Geschiedenis ............................................................................................................ 9 3. Bevoegdheden en activiteiten ................................................................................ 18 4. Organisatie ............................................................................................................ 19 B. Archief ....................................................................................................................... 19 1. Geschiedenis van het archief ................................................................................. 19 INHOUD EN STRUCTUUR .......................................................................................... 21 A. Bereik en inhoud ........................................................................................................ 21 B. Ordening ..................................................................................................................... 25 IV. RAADPLEGING EN GEBRUIK ................................................................................... 29 A. Voorwaarden voor de raadpleging ............................................................................. 29 B. Voorwaarden voor reproductie .................................................................................. 29 C. Taal en schrift ............................................................................................................. 29 D. Fysieke kenmerken en technische vereisten .............................................................. 29 V. VERWANT MATERIAAL ............................................................................................. 30 A. Documenten met een verwante inhoud ...................................................................... 30 B. Publicaties .................................................................................................................. 32 VI. BESCHRIJVINGSBEHEER .......................................................................................... 34 VII. BIJLAGEN ..................................................................................................................... 34 INVENTARIS VAN HET KORPS VAN DE KRIJGSGEVANGENEN ..... 35 I. HET COMMANDO VAN HET KORPS VAN DE KRIJGSGEVANGENEN ................ 36 A. Het registreren van de krijgsgevangenen ................................................................... 36 B. Het opvolgen van de overplaatsingen en de getalsterkte ........................................... 37 1. Het vergaren van staten model 1 ........................................................................... 37 2. Het vergaren van overzichten met opgave of de krijgsgevangenen ingeschreven zijn te Auvours of Wulveringem ................................................................................. 41 3. Het vergaren van periodieke overzichten van de getalsterkte .............................. 44 4. Het vergaren van staten van ontsnapte en overleden krijgsgevangenen .............. 48 C. Controle op de werking van de eenheden .................................................................. 49 D. Het repatriëren van de krijgsgevangenen ................................................................... 49 5 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen 1. De voorbereiding van de repatriëring ................................................................... 49 2. Het repatrieren van gewonden, medisch personeel en krijgsgevangenen afkomstig uit gebieden die niet meer tot het Duitse grondgebied behoren ............................... 51 3. De voorbereiding en de uitvoering van de grootschalige repatriëring in september 1919 ............................................................................................................................ 53 II. DE COMPAGNIEEN EN DE DETACHEMENTEN VAN HET KORPS VAN DE KRIJGSGEVANGENEN ......................................................................................................... 54 A. Algemene administratie ............................................................................................. 54 B. Het bijhouden van de getalsterkte .............................................................................. 55 C. Het verdelen van de post voor de Krijgsgevangenen ................................................. 56 D. Het registreren van klachten ...................................................................................... 58 E. Het registreren van zieken en gewonden ................................................................... 60 F. Het beheren van de voorraden ................................................................................... 61 BIJLAGEN ......................................................................................................... 62 6 WOORD VOORAF Deze inventaris is het resultaat van een samenwerking tussen het KLM/MRA en de Vrije Universiteit Brussel. Graag bedank ik iedereen die deze samenwerking heeft mogelijk gemaakt en mee ondersteunde. Met de ontsluiting van het archief van het Korps van de Krijgsgevangenen hopen we een bijdrage te hebben geleverd voor het onderzoek naar de Eerste Wereldoorlog en zodoende de herinnering aan dit wereldconflict levend te houden. 7 ALGEMENE BESCHRIJVING VAN HET ARCHIEF VAN HET KORPS VAN DE KRIJGSGEVANGENEN I. IDENTIFICATIE Referentie: Naam: Datering: Beschrijvingsniveau: Archiefbestand 446 nrs (4 s.m.) Omvang: BE KLM/MRA KKG Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen [1914] 1918 – 1921 II. CONTEXT A. ARCHIEFVORMER 1. NAAM Het Korps van de Krijgsgevangenen. 2. GESCHIEDENIS Wanneer in augustus 1914 het Duitse leger België overrompelt, worden ook de Belgische militaire autoriteiten geconfronteerd met de problematiek van krijgsgevangen genomen Duitse militairen en burgers. Het Dépôt de Mendicité te Hoogstraten is de eerste plaats waar deze gevangenen worden geconcentreerd. Dit kamp zal slechts kort functioneren en onder druk van de Duitse opmars sluist men de krijgsgevangenen door naar Dépôt nr. 2 te Brugge. In de Versterkte Stelling Antwerpen worden twee verzamelplaatsen voor krijgsgevangenen ingericht; een eerste in de Antwerpse gevangenis en een tweede op het schip de S.S. Ganelon. Tijd om ook te Doornik twee depots te vestigen is er niet – de Duitse troepen rukken te snel op en de krijgsgevangenen, uitgezonderd enkele zwaargewonden, worden naar Frankrijk geëvacueerd waar zij onder het toezicht van de Franse militaire autoriteiten zullen vallen. 9 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen Conform de wetten en gebruiken voor een landoorlog, overeengekomen in de Conventies van Den Haag, blijft België wel verantwoordelijk voor zijn krijgsgevangenen1. Die verantwoordelijkheid houdt volgens artikel 14 van de Haagse Conventie ook in dat elke oorlogsvoerende natie verplicht is een inlichtingendienst voor krijgsgevangenen op te richten. België heeft in 1910 de Haagse conventies betreffende de landoorlog bij wet opgenomen. In 1911 wordt een instructie voor de behandeling van krijgsgevangenen en de afhandeling van de daaruit vloeiende administratie gepubliceerd2. Het Belgische Ministerie van Oorlog richt dan al snel na de Duitse inval de Dienst voor de Duitse Krijgsgevangenen op3 die voldoet aan de noden van de vereiste inlichtingendienst. Tot december 1917 beantwoordt deze Dienst allerhande vragen en volgt de registratie van de krijgsgevangenen op. In december 1917 worden de bevoegdheden van de inlichtingendienst overgedragen naar de pas opgerichte Belgische Middendienst voor de Krijgsgevangenen. Deze Dienst valt onder het Ministerie van Justitie en speelt zowel een rol als centrale hulporganisatie voor de Belgische krijgsgevangenen in Duitse kampen als van een inlichtingendienst voor de Duitse krijgsgevangenen die in Belgische handen zijn4. Hierdoor wordt het grootste deel van de administratie en vooral van de inlichtingenverstrekking aan hulporganisaties en particulieren naar de Middendienst overgeheveld en kan het Ministerie van Oorlog zich toeleggen op het beheer en de tewerkstelling van de krijgsgevangenen. Tot eind 1917 blijft het aantal krijgsgevangenen beperkt tot een 3900-tal. Het gros van de Duitse militairen en burgers wordt op diverse locaties in Frankrijk ondergebracht. Onder hen ook een 400-tal die door het Belgische koloniaal leger in Afrika krijgsgevangen zijn gemaakt. 1 Conventies van Den Haag 1899 en 1907, Oorlogswetten, Wetten en Gebruiken voor een Landoorlog, Sectie I, Hoofdstuk II: krijgsgevangenen, art. 7. 2 Réglement sur le droit de guerre et instruction sur le Service des Prisonniers de guerre, Brussel, Guyot Fréres Editeurs, 1911, 82 p.. 3 Ministerie van Oorlog, Departement van Oorlog, 1ste Algemene Directie, 2de bureau, 2de sectie, Dienst voor de Duitse Krijgsgevangenen. Zie ook KLM/MRA, DDKG, nr. 140. 4 De archiefbestanden van deze Dienst zijn geïnventariseerd en bevinden zich in het Algemeen Rijksarchief en in het KLM/MRA. Zie hiervoor: Vanden Bosch Hans, Inventaris van het archief van de Belgische Middendienst voor de Krijgsgevangenen (1914-1925),Brussel, Algemeen Rijksarchief, 2009, 77 p.. Janssen Erik , Inventaris van het archief van de Dienst voor de Duitse Krijgsgevangenen van de Belgische Middendienst voor de Krijgsgevangenen 1914-1921 (1922-1926), Brussel, KLM/MRA, 2011. 283 p. 10 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen Het volgende jaar echter lopen de aantallen op en na de wapenstilstand heeft België ongeveer 19 000 Duitsers, burgers en militairen, krijgsgevangen genomen. Verdeeld in detachementen en compagnieën zullen velen onder hen tewerkgesteld worden. De Belgische regering heeft immers begin 1918 beslist om krijgsgevangenen in te zetten als werkkracht. Artikel 6 van de Haagse Conventie staat het gebruik van krijgsgevangenen als arbeidsreservoir expliciet toe en de praktijk is in 1918 al goed ingeburgerd bij de strijdende partijen. Slavenarbeid en tewerkstelling in de oorlogsindustrie, hoe rekbaar deze begrippen ook zijn, zijn weliswaar verboden en de arbeid moet verloond worden. Officieren mogen niet tewerkgesteld worden. Duitsland had al in 1915 met de inzet van Russische krijgsgevangen de spits afgebeten. Frankrijk en Groot-Brittannië volgden in 1916. Vanaf begin 1918 start de discussie of België ook op Frans grondgebied al dan niet de verantwoordelijkheid voor de administratie en bewaking van zijn gevangenen op zich zal nemen. Deze discussie eindigt met de wapenstilstand. Hoe dan ook circuleren er al sinds halfweg 1917 in het Belgische Leger instructies voor het indelen en afvoeren van krijgsgevangenen naar de eigen achterhoede. Zo besluit de Generale Staf naar Frans voorbeeld de krijgsgevangenen te verzamelen bij het (respectievelijke) Groot Hoofdkwartier en ze daar na ondervraging te verdelen onder verschillende militaire diensten5. Vanaf 1918 verhevigen de gevechtshandelingen op het Belgische front en tijdens de slag bij Merkem (april 1918) kan het Belgische leger een 800-tal krijgsgevangenen nemen. Een maand eerder was er in het kamp van Auvours reeds ruimte vrijgemaakt voor een Dépôt d’Internement des Prisonniers de Guerre (DIPG). Het kamp van Auvours is een Frans militair oefenterrein nabij Le Mans dat België tijdens WO I mocht gebruiken en waar men ondermeer het Centre d’Instruction nr. 4 (CI 4) uitbouwde. In Frankrijk lagen meerdere van dergelijke opleidingscentra. Deze vielen onder de bevoegdheid van de Inspection Générale de l’Armée (IGA) geleid door luitenant-generaal de Selliers de Moranville. 5 Nota van de Generale Staf, Tweede Sectie van 15 juni 1917 en een instructie van de Generale Staf, Derde Sectie (Logistiek) van 26 juni 1917, KLM/MRA, Fonds 185, Russische doos 3535, map 185 - 14A – 723. 11 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen Vanaf mei 1918 is het DIPG Auvours actief en er volgen bevelen om alle post voor de krijgsgevangenen door te sturen naar Auvours en dus niet langer naar de Dienst voor de Duitse Krijgsgevangenen van de Belgische Middendienst6. Ook bestudeert men de oprichting van kampen te Sanvic, vlakbij Le Havre waar het Commandement Supérieur Territorial Au Havre (CSTBH) gevestigd was7. Een maand later stuurt men al gevangenen naar Jumièges om te werken voor de firma Hottat, een houtvestersbedrijf8. In juli 1918 wordt het Korps van de Krijgsgevangenen opgericht, met dan als standplaats het CI 4 te Auvours9. De kwartiermeester van het CI 4 die instond voor de werking van het DIPG Auvours, de voorloper van het Korps, wordt van deze taak ontheven10. Op hoger echelon is er wel continuïteit. De IGA neemt immers ook het Korps in haar takenpakket op. Alle depots, kampen en detachementen die buiten het Park van de Krijgsgevangenen van het Groot Hoofdkwartier en het Dépôt d’Internement Central des Prisonniers de Guerre d’ Auvours vallen, moeten toegewezen worden aan Auvours. Ze moeten zo snel mogelijk contact opnemen met de IGA om instructies te ontvangen11. Vanaf nu gaat het snel. Om de Duitsers die krijgsgevangen genomen zijn tijdens het eindoffensief op te vangen, worden er achtereenvolgens in België te Houtem en te Brieskens (Torhout) opvangkampen - Parcs des Prisonniers de Guerre - ingericht12. Het is nodig een centraal depot in te richten op Belgisch grondgebied. De keuze valt op Wulveringem. 6 KLM/MRA, DDKG, nr. 2573. 7 Voor het dossier hierover dat aangelegd werd door het Kabinet van het Ministerie van Oorlog, zie KLM/MRA, Fonds 185, Russische doos 3647, map 185 - 14A – 1128. 8 Zie ook Fonds Personalia 16, de Selliers de Moranville, nr 33. Zie ook brief van de Selliers de Moranville aan de Minister van Oorlog van 8 juni 1918, KLM/MRA, Fonds 185, Russische doos 3647, map 185 - 14A – 1128. 9 Liste des Quartiers-Maîtres avec indication des unités qu’ils ont administrées depuis le 1 août 1914, Ministerie van Oorlog, s.d., p.28. Deze uitgave is terug te vinden in : KLM/MRA, Ministerie van Oorlog, Kabinet, inventarisnummer 1249. 10 Vragenlijst opgesteld door de Kwartiermeester van de 3de Artillerie (3A) beantwoordt door de commandant van het Korps van de Krijgsgevangenen, 2 juli 1918. KLM/MRA, Fonds 185, Russische doos 4823, map 185 - 14a – 4898. 11 Dagelijks order van het leger, 30/10/1918. 12 Dagelijks order van het leger, 18/10/1918. Zie ook brief van de Derde Sectie van de Generale Staf aan de commandant van de Rijkswacht, 16/10/1918, KLM/MRA, Fonds 185, Russische doos 3535, map 185 - 14A – 723. 12 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen Eind oktober 1918 geeft de Selliers de Moranville het bevel aan de commandant van de Groupement II van de IGA om een 100-tal krijgsgevangenen naar Wulveringem te sturen om de kwartieren in orde te maken13. West-Vlaanderen, waarvan grote delen tot puin zijn herleid, is dan al bevrijd en men wil de krijgsgevangen daar zo snel mogelijk aan het werk zetten14. Op 11 november 1918 wordt de wapenstilstand afgekondigd. Het Belgische leger heeft in de laatste oorlogsmaanden duizenden krijgsgevangenen genomen en ook na de wapenstilstand worden achtergebleven, dikwijls gewonde, tegenstrevers in krijgsgevangenschap afgevoerd. De organisatie van het Korps laat niet lang meer op zich wachten en het dagelijks order15 van 21 november 1918 van de IGA bepaalt dat alle krijgsgevangenen toebehoren aan het Korps van de Krijgsgevangenen, dat zal bestaan uit een depot en twee groupements. Alle krijgsgevangenen moeten eerst naar het depot, tot voor kort te Auvours maar vanaf nu te Wulveringem, gesluisd worden om daar te worden ingeschreven. De eerste groupement bestaat uit een variabel aantal gevangenen die de slagvelden en de vernielde streken zullen ruimen. De tweede groupement is onderverdeeld in detachementen met een getalsterkte die afhangt van de aard van het werk dat men zal uitvoeren. Over de samenstelling en de samensmeltingen van de detachementen beslist de korpscommandant. Het dagelijks order geeft geen verdere aanwijzingen maar het is aannemelijk dat de latere organisatie van het Korps deze bepalingen weerspiegelt. Het Korps verlaat eind november het kamp van Auvours en verplaatst zich onder leiding van kolonel L. Houzé16 naar het kamp van Wulveringem17, het nieuwe centrale depot. Om de toestroom van Duitse krijgsgevangenen op te vangen wordt op 25 november 1918 bevolen om gevangenen ook naar het kamp van het Groot Hoofdkwartier in de kazerne van het 1ste 13 Dagelijks order IGA nr. 1568, 29/10/1918. 14 Brief van de Minister van Oorlog aan de Minister van Buitenlandse Zaken. Zie KLM/MRA, DDKG, nr. 13. 15 Het oorspronkelijke dagelijks order ontbreekt in de serie dagelijkse orders van de IGA zoals deze bewaard worden in het Fonds ex-CDH, KLM/MRA. Een afschrift hiervan kunnen we wel terugvinden in: KLM/MRA, Fonds Personalia 16, de Selliers de Moranville, nr 33. 16 Tot 5 november 1918 was kolonel Houzé de commandant van het kamp van Auvours. Daarna zal hij de commando over het Korps van de Krijgsgevangenen op zich nemen. Zie dagelijks order van het leger nr. 1552 van 5 november 1918. 17 Brief van 17/11/1918 van de commandant van het Korps van de Krijgsgevangenen aan de secretaris-generaal van de Belgische Middendienst voor de Krijgsgevangenen. Zie: KLM/MRA, DDKG, nr. 148. 13 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen Gidsenregiment te Brussel te sturen18. Van hieruit worden ze ofwel verder naar Wulveringem gestuurd ofwel rechtstreeks naar de compagnieën en detachementen. Enkele dagen later herinnert een rondzendbrief op 28 november 1918 alle militaire overheden aan de noodzaak om alle krijgsgevangenen aan te hechten aan de centrale opvangplaats te Auvours. Ondertussen is dit Wulveringem geworden. Daarenboven moeten alle formaties van krijgsgevangenen worden geadministreerd zoals een infanteriecompagnie en administratief ingedeeld worden bij de Kwartiermeester van het Derde Artillerieregiment van de Derde Legerdivisie (Quartier Maître 3A), die voor de nodige fondsen en werkingsmiddelen moet zorgen19. Het doel van het Korps is een reservoir van werkkrachten te vormen waaruit diverse militaire diensten naar believen kunnen putten. Het Korps beslist echter niet zelf over de plaats en de aard van de tewerkstelling. Om het overzicht te bewaren volgt er op 13 januari 191920 een eerste oproep aan alle militaire autoriteiten en organismen om het aantal krijgsgevangenen in hun rangen en hun mutaties door te geven aan de IGA. In de eerste plaats dienen er staten opgemaakt te worden met vermelding of de krijgsgevangenen al in het Korps zijn ingeschreven, hetzij te Auvours, hetzij te Wulveringem. Deze staten en de toekomstige mutatiestaten moeten rechtstreeks naar het depot van het Korps van de Krijgsgevangenen te Wulveringem worden gezonden21. Een maand later wordt de IGA met ingang van 20 februari 1919 opgeheven22. Alle eenheden en organismen - en dus ook het Korps - die onder de IGA vielen, komen nu onder de hoede van het Commandement des Centres de l’Arrière (CCA)23, een nieuw orgaan dat net zoals 18 Dagelijks order van het leger nr. 1571 van 25 november 1918. 19 Journal Militaire Officiel, Brussel, 1918, p. 729. 20 Rondzendbrief van de 1ste Algemene Directie van 13 januari 1919, Journal Militaire Officiel, Brussel, 1919, p. 35-36. 21 Dagelijks order nr. 2620, 13 januari 1919, KLM/MRA, Fonds 185, Russische doos 3536, map 185 - 14A – 726. 22 Rondzendbrief van de 1ste Algemene Directie van 18 februari 1919, Journal Militaire Officiel, 1919, p.113. Zie ook dagelijks order van het leger nr. 2659 van 21 februari 1919. 23 Opgericht in febuari 1919 en vallende onder de kwartiermeester van het 7de artillerieregiment. Liste des Quartiers-Maîtres avec indication des unités qu’ils ont administrées depuis le 1er août 1914, Ministerie van Oorlog, p. 89. 14 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen zijn voorganger van de IGA de bevelen van het Ministerie van Oorlog en later Landsverdediging moet opvolgen. Administratief blijft het Korps echter nog steeds verbonden aan het 3A. In januari 1919 had de IGA kolonel Houzé al op rust gesteld en in zijn plaats was majoor François gekomen24. Voor de recuperatie van oorlogs- en andere door de Duitsers achtergelaten materialen richt het Ministerie van Oorlog in december 1918 een Commission Centrale de la Récuperation op die de werking van provinciale recuperatiediensten moet sturen25. In deze commissie zaten zowel officieren van de Genie en de Artillerie als burgerlijke functionarissen van de departementen van Financiën en Industrie, Werk en Bevoorrading26. Vanaf januari 1919 wordt er onder het toezicht van de militaire gouverneur per provincie een Service Provincial de Récupération ingericht. De Duitse legers hebben enorme voorraden achtergelaten. Bouwmaterialen, voeding, kledij en – zorgwekkender - tonnen munitie en wapens liggen her en der in het land verspreid. Heel wat legeronderdelen en gemeentes hebben bovendien zelf al een aardige oorlogsbuit bijeengesprokkeld. Dit alles verzamelen en eventueel ook verkopen, is de opdracht van de recuperatiediensten die voor deze delicate operatie gretig krijgsgevangenen inzetten. De manutentie van springstoffen en –tuigen door krijgsgevangenen werd overigens al in november 1918 voorgesteld door de Direction Générale de l’Armement et des Services Techniques de l’Armee (DGASTA) en ministerieel goedgekeurd27. In een nota van 4 januari 1919 aan het Ministerie van Oorlog dringt de Commissie er op aan de aanvoer van krijgsgevangenen naar de munitieparken op te drijven28. Einde maart 1919 wendt men dan ook de boeg wat betreft de inzet van de krijgsgevangenen. Voerden zij tot voor kort werk uit voor hoofdzakelijk de militaire diensten van de 24 KLM/MRA, Fonds Personalia 16, de Selliers de Moranville, nr 33. Het betreft hier dagorder 1637 van 10 januari 1919 van de IGA. 25 Ministeriële rondzendbrief van 5 december 1918, Journal Militaire Officiel, Brussel, 1918, p. 731. 26 Dagelijks order van het leger 2680, 14 maart 1919. Voor een overzicht van de militairen in de samenstelling van de commissie, zie Dagelijks order van het leger nr. 2628, 21 januari 1919. Voor een overzicht van de betaalofficieren, zie dagelijks order van het leger nr. 2603, 27 december 1918. 27 Brief van de Minister van Oorlog van 12 november 1918 aan de commandant van het Grand Parc du Cavalerie, KLM/MRA, Fonds 185, Russische doos 3179, map 185 - 14 – 7041. 28 KLM/MRA, Fonds 185, Russische doos 3179, map 185 - 14 – 7041. 15 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen achterhoede, nu worden ze ook ingezet voor recuperatiewerken en ligt de prioriteit bij het herstel van het land29. De 1ste Algemene Directie van het Ministerie van Oorlog verspreidt een nieuwe oproep tot overzichten van krijgsgevangenen30. Ditmaal wordt het schrijven vergezeld van een standaarddocument als voorbeeld van de door te sturen staten. De IGA is ondertussen opgeheven; alle informatie dient vanaf nu aan het CCA te worden geadresseerd. In de praktijk komen de overzichten bij het commando van het Korps terecht. De reorganisatie heeft het werk van het Korps er niet op vergemakkelijkt. Nu de inzet van krijgsgevangenen in de militaire diensten van de achterhoede afgebouwd wordt, dienen de eenheden van het Korps opnieuw ingedeeld en gehergroepeerd te worden. Naast een trage rapportering en doorgave van periodieke staten, is nu ook de bewaking en inspectie van de krijgsgevangenen een heikel punt aan het worden31. Er zijn niet voldoende al dan niet capabele beroepsmilitairen, zowel soldaten als officieren, om alle taken naar behoren uit te voeren. Ondertussen kiezen heel wat krijgsgevangenen het hazenpad. Daarenboven moet ook nog een snelle repatriëring voorbereid worden. De eerste krijgsgevangenen worden vanaf maart 1919 gerepatrieerd, dit in het kader van de akkoorden van Bern. Het zijn voornamelijk zwaargewonden, ernstig zieken en medisch personeel32. Na de ondertekening en in navolging van het Verdrag van Versailles (28 juni 1919) vertrekken tussen 25 september en 4 oktober 1919 een tiental treinen met krijgsgevangenen naar Duitsland. Het Korps wordt nu grotendeels ontmanteld33. Het personeel herneemt haar oude functie, wordt overgeplaatst of keert terug naar het burgerleven. De 1ste Compagnie wordt nog tot eind oktober 1919 actief gehouden en bewaakte 29 Rondzendbrief van het Ministerie van Oorlog van 29 maart 1919, KLM/MRA, Fonds 185, Russiche doos 3647, map 185 - 14A – 1128. 30 Rondzendbrief van de 1ste Algemene Directie van 25 maart 1919, Journal Militaire Officiel, Brussel, 1919, p. 245. 31 Zie briefwisseling tussen de CCA en de Minister van Oorlog, april 1919, KLM/MRA, Fonds 185, Russische doos 3647, 185 - 14A – 1128. 32 Zie het dossier hierover van het Kabinet van het Ministerie van Oorlog, KLM/MRA, Fonds 185, Russische doos 4536, map 185 - 14a – 3935. 33 De instructies hiervoor zijn reeds in augustus 1919 doorgegeven. Zie dagelijks order van de CCA, 15/08/1919, KLM/MRA, Fonds 185, Russische doos 3647, map 185 - 14A - 1128 16 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen krijgsgevangenen die de goedkeuring van hun aanvraag om zich in België of een geallieerd land te mogen vestigen, afwachten of die onder de artikels 218 en 21934 van het verdrag van Versailles vallen. Ook de twintig gijzelaars die België vasthoudt in afwachting tot alle Belgische krijgsgevangenen uit Duitsland teruggekeerd zijn, vallen onder de bevoegdheid van deze compagnie35. De 6de Compagnie bewaakt achtereenvolgens te Houtem en te Wortel de Russische krijgsgevangenen die in juli 1920 naar hun land zullen worden overgebracht. Deze Russen waren door de Duitse legers krijgsgevangenen genomen en na de wapenstilstand door hen vrijgelaten36. In december 1919 is de werking van het Korps echter al nagenoeg volledig stopgezet. Een klein detachement te Oostende wordt behouden om de liquidatie van het Korps in goede banen te leiden. Dit is geen gemakkelijke opgave aangezien er al in december 1919 ernstige onregelmatigheden in het bijhouden van de financiën van de krijgsgevangenen worden vastgesteld. Ook constateert men dat de administratie van de verschillende compagnieën en detachementen erg wanordelijk is verlopen37. Wanneer begin 1921 de werkzaamheden van het Korps van de Krijgsgevangenen definitief worden afgesloten, wordt het archief van de liquidatie van de Dienst Mandaten - zoals het verdelen van de post door het Korps omschreven werd - door het detachement voor de Liquidatie van het Korps van de Krijgsgevangenen naar de Dienst voor de Duitse Krijgsgevangenen van de Middendienst overgedragen. De resterende archiefbestanddelen worden overgedragen aan de kwartiermeester van het Derde Artillerieregiment (3 A). 34 Beide artikels leggen de bepalingen vast voor het al dan niet terugsturen van gemeenrechterlijk veroordeelde krijgsgevangenen. 35 KLM/MRA., DDKG, nrs 133-136. 36 Delannoo E., Russen in België (1918-1920), in : Schrapnel, Driemaandelijks tijdschrift van The Western Front Association België, 2009, nr. 3, pp.63-69. 37 Nota van het kabinet van het Ministerie van Oorlog aan de 1ste Algemene Directie van het Ministerie van Oorlog, 6 december 1919, KLM/MRA, Fonds 185, Russische doos 3647, map 185 - 14A – 1128. 17 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen 3. BEVOEGDHEDEN EN ACTIVITEITEN Het Korps is bevoegd voor het beheer van de krijgsgevangenen zodat deze vlot als werkkracht inzetbaar zijn en er inlichtingen verstrekt kunnen worden aan de Dienst voor de Duitse Krijgsgevangenen van de Belgische Middendienst van de Krijgsgevangenen. In de eerste plaats moeten de krijgsgevangenen geregistreerd (geïmmatriculeerd) worden. Dit gebeurt bij voorkeur daar waar de korpsleiding haar standplaats heeft. De registratie en vooral de controle over waar en voor wie de krijgsgevangenen werken, is dan ook een taak van de korpsleiding. Deze ontvangt hiervoor periodieke overzichten en rapporten van de compagnieën en detachementen. De korpsleiding neemt ook deel aan de voorbereiding van de repatriëring van de krijgsgevangenen waarvoor de compagnieën en detachementen de nodige inlichtingen verstrekken. Het dagelijkse beheer van de krijgsgevangenen wordt toevertrouwd aan de compagnieën en de detachementen. Zij leggen registers aan voor het beheer van de getalsterkte, de ziekenboeg, de klachten en de voorraden. Daarnaast houden zij ook de Carnets de pécule van de krijgsgevangenen bij. Dit zijn zakboeken met optekening van biometrische gegevens, overplaatsingen, bezittingen, verloning en ontvangen steun via de post. De boekjes worden in 1919 en 1921 overgedragen naar de Dienst voor de Duitse Krijgsgevangenen. In deze zakboeken worden ook de zendingen naar de krijgsgevangenen genoteerd. De aftekening bij ontvangst door de krijgsgevangenen van deze zendingen worden door de eenheden apart geregistreerd. De krijgsgevangenen moeten ook gehuisvest worden en de nodige voeding en medische zorgen krijgen. Het Korps deed dit niet zelf. Het werd in grote mate uitgevoerd door de verantwoordelijke officieren van de diensten die krijgsgevangenen tewerkstelden; door de Medische Dienst van het leger en door de IGA, later de CCA. De fondsen werden ter beschikking gesteld door de respectievelijke kwartiermeesters die de rekening doorstuurden naar de kwartiermeester van de 3A. 18 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen 4. ORGANISATIE Het Korps wordt geleid door een commandant en zijn staf. Hij ontvangt tot eind februari 1919 bevelen van de IGA. Daarna ressorteert het Korps onder de CCA. De compagnieën en detachementen vallen onder de korpsleiding. De compagnieën worden geadministreerd zoals een infanteriecompagnie. Aan het hoofd staat een commandant die bijgestaan wordt door een administratieve staf. De detachementen vallen op hun beurt veelal onder de compagnieën waaruit zij gedetacheerd zijn. Het effectief van de detachementen is variabel en wordt soms geput uit meerdere compagnieën. Een detachement is immers ofwel een tijdelijke eenheid die gevormd is uit delen van één of meerdere andere eenheden, ofwel een eenheid die gevormd is uit een grotere formatie voor een opdracht die buiten het werkveld van die formatie ligt. B. ARCHIEF 1. GESCHIEDENIS VAN HET ARCHIEF Het Korps van de Krijgsgevangenen bracht op vrij korte termijn een aanzienlijke hoeveelheid archief voort. Niet alles van deze productie bleef tot het bestand behoren en naarmate het Korps bepaalde bevoegdheden moest overhevelen naar de Dienst voor de Duitse Krijgsgevangenen van de Belgische Middendienst voor de Krijgsgevangenen, verhuisden ook de relevante bestanddelen mee. Eén van de hoofdtaken van het Korps was het bijhouden van de Carnets de pécule. Een eerste uitdunning van deze omvangrijke serie gebeurt in juli 1919 wanneer het Korps de zakboeken van overleden of ontsnapte krijgsgevangenen naar de Middendienst overbrengt38. In januari 1921 worden bij de stopzetting van de liquidatie van het Korps van de Krijgsgevangenen niet alleen de zakboeken maar ook de bestanddelen van de Dienst Mandaten van het Korps overgedragen naar de Middendienst. 38 KLM/MRA, DDKG, nr. 2920. 19 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen Het beheer van de rest van het archief wordt overgelaten aan de kwartiermeester van de 3A die het bestand in april 1922 opstuurt naar het Ministerie van Landsverdediging (1ste Algemene Directie, tweede directie, 4de bureau)39. Dit bureau onderneemt een poging om het archief van het Korps te ordenen40. Vermoedelijk zijn dan de identiteitskaarten van de krijgsgevangenen die in 1922 nog op de overdrachtslijst van het archief van het Korps worden vermeld, uit het bestand van het Korps gelicht en ondergebracht in het bestand van de Dienst voor de Krijgsgevangenen. Deze kaarten werden grotendeels tussen de zakboeken van de krijgsgevangenen gestoken. In januari 1924 duikt het bestand op bij de Service de l’Administration des Corps de Troupe de l’Armee (SACTA), een Dienst belast met de opdracht de liquidatie van de Dienst voor de Duitse Krijgsgevangenen van de Belgische Middendienst voor de Krijgsgevangenen tot een goed einde te brengen. Enkele jaren later – in 1926 - wordt deze taak doorgeschoven naar de Service de l’Intendance, de l’Administration et de Approvisionnements (SIAA) die op nagenoeg een halfjaartje tijd het hoofdstuk van de krijgsgevangenen zal afsluiten. In mei 1940 wordt het bestand samen met tonnen andere Belgische archieven door de Duitsers in beslag genomen. Deze bestanden worden in 1945 nogmaals aangeslagen, ditmaal door Rusland. Het is slechts op het einde van de Sovjet-periode dat de verloren gewaande archieven terug boven water komen. Een geslaagde resitutieprocedure brengt deze in 2002 terug naar België41. 39 De overdrachtslijst hiervan is terug te vinden onder het inventarisnummer 2924, DDKG, KLM/MRA. 40 KLM/MRA, DDKG, nr. 2924. 41 Lust J., Steenhaut W., Vermote M., Een zoektocht naar archieven. Van NISG naar AMSAB, Gent, Druk in de weer, 1997, 177 p.; Lust J. en Vermote M., “Papieren bitte! The confiscation and restitution of Belgian archives and Libraries (1940-2003)”. In Returned from Russia. Nazi Archival plunder in Western Europe and recent restitution issues, Leicester, Institute of art and law and contributors, 2007, pp. 191-225; “De terugkeer van de ‘Russische’ archieven”, in: Vizier, driemaandelijks infoblad van het Koninklijk Legermuseum, Brussel, 2002, p. 1-2. 20 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen III. INHOUD EN STRUCTUUR A. BEREIK EN INHOUD Het bestand heeft betrekking op de Duitse krijgsgevangenen in het Belgische leger tussen 1914 en 1920. De meeste bestanddelen stammen uit 1918-1919. Het door het Korps gevormde archief dat tot het bestand is blijven behoren, bestaat vooral uit staten en registers. Elementen zoals namen, stamboeknummers, graden, eenheden en mutaties zijn steeds standaard opgenomen. Elke serie, zoals de registratie van de ziekenboegen, biedt daarenboven een schat aan informatie eigen aan de functie van de respectievelijke serie. Een korte voorstelling van enkele series is op zijn plaats. Inlichtingenfiche model 542 Nagenoeg de grootste serie van het archiefbestand wordt gevormd door een 19000-tal inlichtingenfiches model 5. De fiche model 5 is een standaardformulier waarop, veelal bij aankomst in een depot, alle gegevens van de krijgsgevangenen werden opgetekend. Niet alleen vinden we biografische maar ook genealogische en biometrische gegevens terug. Ook ruimte voor gegevens zoals de plaats van gevangenname, verblijfplaats, hospitalisatie, overlijden en begraafplaats, ontbreekt niet. Zelfs indien een gevangene ontsnapte kon er op de fiche nota van worden gemaakt. Op heel wat fiches vinden we ook pasfoto’s terug. Deze fiches zijn in meervoud opgemaakt. Een eerste exemplaar werd opgemaakt door het Korps van de Krijgsgevangenen. Deze fiches werden alfabetisch geklasseerd en zijn bewaard in het archiefbestand van het Korps van de Krijgsgevangenen43. Een dubbel van elke fiche werd doorgestuurd naar de Belgische Middendienst voor de Krijgsgevangenen, die de fiche op haar beurt bij ontvangst nummerde en ook op deze wijze klasseerde. 42 Zie inventarisnummers 1- 20. 21 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen Staten Model 144 De staten Model 1 zijn opgesteld door de Rijkswacht die de krijgsgevangenen afvoerde naar de achterhoede. Hiermee volgt men paragraaf 10 van de instructie voor de krijgsgevangenen. Ook de vormgeving van de staat is volgens de instructie. In verschillende kolommen worden de naam, graad, eenheid, plaats en datum van gevangenneming opgegeven. De staten aanwezig in het bestand van het Korps van de Krijgsgevangenen geven hoofdzakelijk een beeld van de militairen die tijdens het eindoffensief werden krijgsgevangen genomen. De staten werden doorgestuurd naar het Korps om de registratie van de krijgsgevangenen in orde te maken. Overzichten met opgave of de krijgsgevangenen ingeschreven zijn te Auvours of Wulveringem45. Een eerste oproep aan alle militaire autoriteiten en organismen om overzichten van het aantal krijgsgevangenen in hun rangen en hun mutaties door te geven aan de IGA dateert van 13 januari 191946. In de eerste plaats moeten er staten opgemaakt worden met vermelding of de krijgsgevangenen al in het korps zijn ingeschreven, hetzij te Auvours, hetzij te Wulveringem. Het dagelijks order van die dag meldt ook duidelijk dat deze staten rechtstreeks naar het depot van het Korps van de Krijgsgevangenen te Wulveringem moeten worden gezonden47. Hetzelfde geldt voor alle mutatiestaten. Einde maart 1919 lanceert de 1ste Algemene Directie van het Ministerie van Oorlog een nieuwe oproep48. Ditmaal wordt het schrijven vergezeld van een standaarddocument als voorbeeld voor de door te sturen staten. De IGA is ondertussen opgeheven; alle informatie dient vanaf nu aan de CCA te worden geadresseerd. In de praktijk worden ze naar het Korps gestuurd. De staten vermelden de naam, het stamboeknummer, de graad en de plaats van inschrijving. 44 Zie inventarisnummer 22 - 73. 45 Zie inventarisnummers 74-128. 46 Rondzendbrief van de 1ste Algemene Directie van 13 januari 1919, Journal Militaire Officiel, Brussel, 1919, p. 35-36. 47 Dagelijks order nr. 2620, 13 januari 1919, KLM/MRA, Fonds 185, Russische doos 3536, map 185 - 14A – 726. 48 Rondzendbrief van de 1ste Algemene Directie van 25 maart 1919, Journal Militaire Officiel, Brussel, 1919, p. 245. 22 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen Periodieke overzichten van de getalsterkte49. Het dagelijks order van het leger van 13 januari 1919 verplicht de compagnieën en detachementen periodieke overzichten van hun effectieven op te maken en door te sturen naar het Korps te Wulveringem. Einde maart 1919 volgt een herinnering50. Ditmaal wordt het schrijven vergezeld van een standaarddocument als voorbeeld van de door te sturen staten. De staten vermelden de naam, het stamboeknummer, de graad en de mutaties. Ook medische inrichtingen stuurden deze overzichten door. Hierbij kan het zowel om gewonde als om verplegende krijgsgevangenen gaan. Staten met ontsnapte en overleden gevangenen51. Deze staten staan vermeld op de overdrachtlijst. Een direct bevel voor deze staten kon echter niet worden teruggevonden. Het zijn veelal standaardstaten met opgave van de naam, het immatriculatienummer, de datum van ontsnapping en de graad. Soms verschijnen zij ook in de vorm van een korte melding in briefvorm met opgave van de ontsnapten of afwezigen op het appel. Staten met opgave van de sociale situatie, enz. van de krijgsgevangenen52. Op 1 mei 1919 krijgt de commandant van het Korps van de Krijgsgevangenen het bevel om alle documentatie te verzamelen om een snelle repatriëring van bepaalde categorieën gevangenen mogelijk te maken53. Meer bepaald denkt men hier aan mijnwerkers. Deze zouden snel ingezet kunnen worden om voor de overwinnaars ertsen te delven: een idee dat blijkbaar ook de Duitse onderhandelaars bij de wapenstilstandcommissie niet slecht in de oren klonk54. De staten vermelden het immatriculatienummer, de naam, de leeftijd, het aantal kinderen, de sociale situatie en het beroep van de krijgsgevangenen. 49 Zie inventarisnummers 129-215. 50 Rondzendbrief van de 1ste Algemene Directie van 25 maart 1919, Journal Militaire Officiel, Brussel, 1919, p. 245. 51 Zie inventarisnummers 216-237. 52 Zie inventarisnummers 243-260. 53 Brief van het Ministerie van Oorlog aan de commandant van het Korps van de Krijgsgevangenen van 1 mei 1919, KLM/MRA, Fonds 185, Russische doos 3647, 185 - 14A – 1128. 54 Verklaring van Kol. Von Muller voor de Wapenstilstandcommissie, KLM/MRA, Fonds 185, Russische doos 3647, 185 - 14A – 1128. 23 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen Staten met opgave van het thuisadres van de krijgsgevangenen55. Een rechtstreeks order voor deze staten werd niet teruggevonden. Afgaande op enkele vermeldingen en stempels op de stukken, is het aannemelijk dat deze staten zijn opgesteld in functie van het terugsturen van de post voor de krijgsgevangenen na hun repatriëring. De bestanddelen die voortvloeien uit het verdelen van de post voor de krijgsgevangenen56. De registers en staten geven een beeld van de steun die de krijgsgevangenen van het thuisfront kregen. Er is ook ruimte voorzien voor eventuele klachten. De bestanddelen die voortvloeien uit het registreren van de klachten57. Op regelmatige basis kregen de krijgsgevangenen de kans om hun klachten gaande van het beheer van hun financiële middelen tot mishandelingen kenbaar te maken. Deze werden opgetekend in registers. De graad van detail varieert. De bestanddelen die voortvloeien uit het registreren van zieken en gewonden58. Deze registers geven een dagdagelijks beeld van de ziekenboeg met opgave van persoonsgegevens, de aard van de aandoening en de behandeling. 55 Zie inventarisnummers 261-282. 56 Zie inventarisnummers 328-355. 57 Zie inventarisnummers 356-378. 58 Zie inventarisnummers 379-405. 24 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen B. ORDENING Het bestand maakte deel uit van het Fonds 185 waarin de Belgische militaire archieven die in 2002 hun weg terug naar België vonden, zijn opgenomen. Dit fonds, dat bekend staat als het Moskou-archief, omvat meerdere archiefvormers en is ontsloten door een plaatsingslijst. Het bestand werd voor de eerste maal geïdentificeerd als voortgebracht door een zelfstandige archiefvormer tijdens het inventariseren van het bestand van de Dienst voor de Duitse Krijgsgevangenen van de Belgische Middendienst voor de Krijgsgevangenen. Via een zoektocht op trefwoord in de plaatsingslijst en later ook via een studie van elke beschrijving per doos, werden een driehonderdtal Russische dozen afgezonderd. Al snel werd duidelijk dat de selectie meer dan één archiefvormer had opgeleverd met als hoofdmoot de Dienst voor de Duitse Krijgsgevangenen van de Belgische Middendienst. Tweede vormer in rij maakte zich bekend als het Korps van de Krijgsgevangenen. Tot slot en, wat het Korps aangaat, met hoogst interessant bronmateriaal, werden enkele dossiers met betrekking tot de historische context van het Korps, gevormd door het Ministerie van Oorlog, de Generale Staf van het Groot Hoofdkwartier en de kwartiermeester van het 3de Artillerieregiment (3A), teruggevonden. De identificatie van de archiefvormers was relatief eenvoudig. De respectievelijke bestanddelen van het Korps en de Dienst maar ook van de andere bovengenoemde vormers volgens het bestemmingsbeginsel een plaats geven, was door de verschillende overdrachten van bevoegdheden en archiefbestanddelen minder vanzelfsprekend. Gelukkig zijn de overdrachtslijsten bewaard gebleven. Hoewel deze lijsten slechts in erg algemene termen de toenmalige ordening weerspiegelen en de bestanddelen beschrijven, was het toch mogelijk om de lijsten als leidraad te gebruiken voor de afbakening van de verschillende bestanden en de ordening. Voor de ordening was de lijst die in 1922 de overdracht van het bestand van de kwartiermeester van het 3A naar het Ministerie van Landsverdediging begeleidde, slechts ten dele geschikt. Het bestand bestaat vooral uit staten en registers. Het gros hiervan werd in de overdrachtslijst onder twee noemers geplaatst. 25 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen Ten eerste kunnen we de staten opgesteld door verschillende eenheden en detachementen en van uiteenlopende datum (dixit) onderscheiden. Deze dienden zich aan als een mengelmoes van bestanddelen die vormelijk en inhoudelijk veel diverser zijn dan de overdrachtslijst opgeeft. Onderzoek in de archieven van hoger in de militaire organisatiestructuur gelegen archiefvormers maakte het mogelijk om nagenoeg al deze staten functioneel te identificeren. Het zijn dikwijls lijsten of staten die door de verschillende eenheden in navolging van enkele dagorders en algemene instructies naar het commando van het Korps zijn doorgestuurd. De korpsleiding behield zo de controle over de registratie van de krijgsgevangenen, de getalsterkte en de plaats van tewerkstelling. Ook de repatriëring kon op deze wijze voorbereid worden. Ten tweede zijn er de diverse documenten betreffende de krijgsgevangenen en nodig voor opzoekingen (dixit). Deze bestanddelen zijn gevormd door de compagnieën en detachementen voor hun eigen administratie van de getalsterkte, de postverdeling, de klachtenregistratie en het voorraadbeheer. Er was geen functionele ordening. Soms waren de bestanddelen gegroepeerd per eenheid. Er is in dit opzicht gekozen om deze rudimentaire oude ordening te weerspiegelen in een archiefschema met afdelingen waarin, via een diepere beschrijving van het bestand, het onderscheid tussen de werking van de korpsleiding enerzijds en deze van de compagnieën en detachementen anderzijds, duidelijker naar voren komt. Voor de ordening binnen de rubrieken moesten eerst de compagnieën en detachementen geïdentificeerd worden. Het bestand van het Korps zelf bood weinig aanknopingspunten en er werd beroep gedaan op bestanddelen gevormd door andere archiefvormers. Meer bepaald in de dossiers van de Derde Sectie van de Generale Staf van het Groot Hoofdkwartier zijn immers periodieke overzichten terug te vinden met opgave van de eenheden en hun standplaats. Deze overzichten zijn echter momentopnames. 26 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen De Liste des Quartiers-Maîtres avec indication des unités qu’ils ont administrées depuis le 1er août 191459 gaf ons meer houvast. Deze officiële publicatie, die in 1920 is verdeeld als naslagwerk om frontstrepen toe te kennen, geeft per kwartiermeester een opsomming van nagenoeg alle eenheden die aan hem verbonden waren. Een handig instrument, maar met beperkingen: niet alle detachementen zijn hierin opgenomen. Dit stellen we voornamelijk vast in de periodieke staten die de detachementen opmaakten. We hebben ervoor gekozen om toch de volgorde van de eenheden in de lijst te gebruiken voor de ordening van de eenheden binnen de rubrieken. Op deze wijze konden bestanddelen binnen een bepaalde serie die door eenzelfde eenheid gevormd zijn, gegroepeerd worden. De detachementen die niet in de lijst zijn opgenomen, werden in alfabetische volgorde na de gekende detachementen geordend. 59 Een uittreksel uit deze lijst met vermelding van de eenheden van het Korps is als bijlage in deze inventaris opgenomen. 27 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen ARCHIEFSCHEMA I. Het Commando van het Korps van de Krijgsgevangenen. A. B. C. D. Het registreren van de krijgsgevangenen. Het opvolgen van de overplaatsingen en de getalsterkte. 1. 2. 3. 4. Het vergaren van staten model 1. Het vergaren van overzichten met opgave of de krijgsgevangenen ingeschreven zijn te Auvours of Wulveringem. Het vergaren van periodieke overzichten van de getalsterkte. Het vergaren van staten van ontsnapte en overleden krijgsgevangen. Controle op de werken van de compagnieën en detachementen. Het repatriëren van de krijgsgevangenen. 1. 2. De voorbereiding van de repatriëring. Het repatriëren van gewonden, medisch personeel en krijgsgevangenen afkomstig uit gebieden die niet meer tot het Duitse grondgebied behoren. 3. De voorbereiding en de uitvoering van de grootschalige repatriëring in september 1919. II. De compagnieën en detachementen van het Korps van de Krijgsgevangenen. A. B. C. D. E. Het bijhouden van de getalsterkte. Het verdelen van de post. Het registreren van de klachten. Het registreren van zieken en gewonden in de ziekboeg. Het beheren van de voorraden. 28 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen IV. RAADPLEGING EN GEBRUIK A. VOORWAARDEN VOOR DE RAADPLEGING Het bestand is vrij raadpleegbaar. B. VOORWAARDEN VOOR REPRODUCTIE De voorwaarden worden bepaald door het leeszaalreglement van het documentatiecentrum van het KLM/MRA. C. TAAL EN SCHRIFT De taal van de stukken is Frans. Sommige bestanddelen zijn door krijgsgevangenen opgesteld en aangevuld in de toenmalig gebruikelijke Duitse schriften. D. FYSIEKE KENMERKEN EN TECHNISCHE VEREISTEN Papieren drager. 29 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen V. VERWANT MATERIAAL A. DOCUMENTEN MET EEN VERWANTE INHOUD Voor de studie naar de Duitse krijgsgevangenen in Belgische handen tijdens en vlak na Wereldoorlog I zijn in het documentatiecentrum van het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis meerdere archiefbestanden voorhanden. In de eerste plaats, en niet in het minst, is er het archiefbestand van de Dienst voor de Duitse Krijgsgevangenen van de Belgische Middendienst voor de Krijgsgevangenen. De informatieverstrekking van de Dienst voor de Duitse Krijgsgevangenen steunde in hoge mate op de gegevens die door het Korps verzameld werden. Daarbij komt nog dat omvangrijke series en administratie na de opheffing van het Korps naar de Dienst werden overgedragen. Het verdient dan ook de aanbeveling om het bestand van de Dienst te raadplegen. Verduidelijking kan in de inleiding van de inventaris van de Dienst gevonden worden. Verder is in de bestanden van het Kabinet van het Ministerie van Oorlog heel wat informatie terug te vinden. In het bijzonder doos 3647, map 185 - 14A - 1128 van het Fonds 185 bevat periodieke lijsten met een opgave van de compagnieën en detachementen met vermelding van de diensten waarin zij zijn ondergebracht, het aantal krijgsgevangenen, het aantal bewakers en de aard van het werk. Ook aanwezig zijn dossiers in verband met de oprichting van de eerste kampen, briefwisseling in verband met de beslissingsniveaus, klachtendossiers en inspectierapporten. Ook de Derde Sectie van de Generale Staf legde enkele interessante dossiers aan. Meer bepaald in Russische doos 3535, map 185 - 14A - 723 van het Fonds 185 zitten dossiers inzake het opstellen van lijsten model 1, de repatriëring van gewonden en medisch personeel, de bewaking, het statuut van Poolse, Russische en Oostenrijkse krijgsgevangenen, de inrichting van tijdelijke opvangkampen en instructies voor het afvoeren van de krijgsgevangenen. Lijsten van krijgsgevangenen die vanaf 1916 onder Frans beheer zijn geplaatst, overzichten van de aantallen krijgsgevangenen die vanaf 1918 naar de eigen achterhoede zijn 30 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen overgebracht, de bewaking van de detachementen en compagnieën in 1919 kunnen teruggevonden worden in doos 3536, map 185 - 14A – 726 van het Fonds 185. De kwartiermeester van het 3A legde ook een dossier aan over de Duitse krijgsgevangenen. Dit kan teruggevonden worden in doos 4823, map 185 - 14a - 4898 van het Fonds 185. Het bevat enkele instructies opgesteld door het Korps en de IGA. In het Fonds 185 zitten ook nog de bestanddelen van verschillende militaire archiefvormers met betrekking tot de organisatie van de recuperatie van materialen na de oorlog60. Hoewel er geen dossier specifiek over Duitse krijgsgevangenen handelt, bevatten deze bronnen hierover toch veel gegevens. 60 Zie ondermeer de Russische dozen 2412, 3179, 3670, 3749, 4407 en 4537. 31 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen B. PUBLICATIES Eigentijdse publicaties: - Liste des Quartiers-Maîtres avec indication des unités qu’ils ont administrées depuis le 1er août 1914, Ministerie van Oorlog, [Brussel], s.d. - Ordres Journalier de l’Armée, 26 december 1914 – 30 september 1919. - Réglement sur la droit de la guerre et instruction sur le Service des Prisonniers de Guerre, Brussel, Guyot Fréres Editeurs, 1911. Gedrukte bronnen: - Journal Militaire Officiel, Brussel, Guyot Frères Editeurs, 1918, 885 p. - Journal Militaire Officiel, Brussel, Guyot Frères Editeurs, 1919, 537 p. - Journal Militaire Officiel Brussel, Guyto Fréres Editeurs, 1919, 1570 p. - Années 1914. Armée Belge. Annuaire Officiel. Brussel, Imprimerie du Ministère de la Défense Nationale, 1914. - Années 1924-1925. Armée Belge. Annuaire Officiel. Brussel, Imprimerie du Ministère de la Défense Nationale, 1925. - Années 1926-1927. Armée Belge. Annuaire Officiel. Brussel, Imprimerie du Ministère de la Défense Nationale, 1926. - Œuvre d’assistance aux prisonniers belges en Allemagne. Comité central : Le Havre. Rapport présenté à l’assemblée générale du 9 décembre 1916, Parijs, 1917. 32 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen - Œuvre d’assistance aux prisonniers belges en Allemagne. Comité central : Le Havre. Rapport présenté à l’assemblée générale du 26 février 1917, Parijs, 1917. - Office central belge pour les prisonniers de guerre. Troisième rapport annuel, présenté à l’assemblée générale du 10 janvier 1918, Brussel, 1918. - Office central belge pour les prisonniers de guerre. Quatrième et dernier rapport septembre 1917- mars 1924, Brussel, 1924. Studies: - Delannoo E., Russen in België (1918-1920), in : Schrapnel, Driemaandelijks tijdschrift van The Western Front Association België, 2009, nr. 3, pp. 63-69. - Delpal B., Entre culpabilité et réparation: la douloureuse situation des prisonniers de guerre Allemands maintenus en France au temps du traité de Versailles, in: 14-18 aujourd’hui, today, heute : Revue Anuelle d’Histoire, 2001, 4, pp.124-137. - Immigrants and Minorities, Oxon, Taylor & Francis, 2008, vol 28, nr. 1-2 [themanummer over krijgsgevangenen]. - Oltmer J. (red.), Kriegsgefangene im Europa des Ersten Weltkriegs, Paderborn, Ferdinand Schöningh, 2006. - Lt.-Gen. de Selliers de Moranville, Histoire de l’Inspection Générale de l’Armée et des centres d’instruction Belges pendant la Guerre Mondiale 1914-1918, onuitgegeven studie, [1933-1938], KLM/MRA, Fonds Personalia nr. 16, nrs. 33-48. - Vandeweyer L., Hulptroepen van de Genie van het Belgische leger, in: Ten Oorlog met schop en houweel, Ieper, The Western Front Association België vzw, 2009. 33 Archief van het Korps van de Krijgsgevangenen VI. BESCHRIJVINGSBEHEER Het bestand werd in het eerste semester van 2011 geïnventariseerd in het kader van een samenwerkingsproject tussen de Vrije Universiteit Brussel en het KLM/MRA. De projectgroep bestaande uit Prof. dr. Frank Scheelings (VUB), Anne Godfroid (Diensthoofd Dep.III KLM/MRA) en dr. Patrick Nefors (Archivaris Dep III KLM/MRA) waakte over de wetenschappelijke kwaliteit van de productie61. Voor de materiële werkzaamheden konden we rekenen op mevr. Elena Antonova (KLM/MRA). Het bestand is beschreven volgens de ISAD(G) norm. Voor de lay-out van de inventaris werd ervoor gekozen het ISAD(G)- sjabloon voor de opmaak van inventarissen te gebruiken dat ontwikkeld werd door het Rijksarchief. VII. BIJLAGEN A. Uittreksel uit de lijst van de kwartiermeesters met opgave van de compagnieën en detachementen van het Korps van de Krijgsgevangenen. 61 Tevens willen we archivaris dr. L. Vandeweyer hartelijk danken voor het nalezen en zijn nuttige opmerkingen bij deze tekst. 34 INVENTARIS VAN HET KORPS
-
fr
Fonds d’archives décrit au niveau de la collection dans un inventaire papier historique. Les descriptions au niveau des pièces n’ont pas été établies lors de la numérisation.
-
de
Archivbestand, beschrieben auf Sammlungsebene in einem historischen Papierinventar. Einzelstückbeschreibungen wurden zum Zeitpunkt der Digitalisierung nicht erstellt.
-
en
Archival fonds described at collection level in a legacy paper inventory. Item-level descriptions were not created at the time of digitisation.
-
Identifier
-
f966df9bd07d0f9d